Aan wie geef jij de eer?

‘En staande achter Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten en zalfde ze met de zalf.' Lukas 7 : 38

De Heere Jezus was dan wel uitgenodigd door Simon, maar was niet echt welkom. De meest gewone beleefdheden bleven achterwege toen de Heere Jezus binnen kwam. Hij kreeg geen welkomstkus, Zijn voeten werden niet gewassen en Zijn hoofd werd niet gezalfd met olie. Maar wat de farizeeër niet doet, zal een zondares wel doen. Ze kwam en bracht de zalf mee in een dure albasten fles. Zij zal Jezus de eer geven, die Simon Hem niet gaf. Ze stond in de stad dan bekend als zondares, maar in Christus is ze heilig. Haar tranen waren geloofstranen. Dat wil zeggen: Tranen van droefheid over haar zonden en tranen van geluk dat ze aan de voeten van haar Meester mocht zitten. Tranen van berouw en tranen van liefde. Ze heeft Zijn voeten gekust. En voor Simon was het duidelijk: Jezus kon zelfs geen profeet zijn, want dan zou Hij wel weten wat deze vrouw op haar kerfstok heeft. Maar Simon vergist zich. De Heere Jezus weet wel degelijk wat deze vrouw misdaan heeft, maar Hij weet ook wat er in het hart van Simon leeft. Simon, zie je dat water, Mijn voeten heb jij niet gewassen, maar deze vrouw wel. Zie je die doek? Mijn voeten heb je niet gewassen, deze vrouw wel. Ze heeft Mijn voeten gekust, ze heeft Mij gezalfd. Anders gezegd: Ze heeft Mij nodig, zonder Mij kan ze niet meer, ze heeft Mij lief en geeft Mij de eer. En jij? Aan Zijn voeten daar moet je zijn! Zoek de Heere en laat de Heere je lege handen en je onreine hart maar zien. En dan heeft Hij gezegd: ‘Wie tot Mij komt, die zal Ik geenszins uitwerpen.'

Ds. K.J. Kaptein

|

Mail een vriend