Huisgodsdienst

Lezing gehouden op de ambtsdragersvergadering Classis West, 8 september 2011 te Waddinxveen door ds. N. den Ouden

Huisgodsdienstoefening

Ik mag vanavond iets zeggen over het onderwerp: huisgodsdienst-oefening.
In de eerste plaats sta ik stil bij het belang van dit onderwerp. Waarom aandacht voor dit onderwerp op een vergadering van ambtsdragers? Daar zijn twee redenen toe. In de eerste plaats betreft dat  onszelf en onze kinderen, als we die hebben mogen. En dat komt dan meteen heel dichtbij. Ik citeer Jacobus Koelman. Hij schrijft in zijn voorwoord op de "Ettelijke Gronden" van Hugo Binning dat
"de heilige oefeningen in de huisgezinnen schandelijk worden nagelaten, niet alleen onder de belijders, maar zelfs ook onder de leraars en de ouderlingen...."
En:
"Veel ambtsdragers doen in hun huizen niet aan godsdienst. De dienstboden en de kinderen hebben nooit hun vader die leraar of ouderling is, de knieën voor God zien buigen. De studenten in de theologie hebben het niet gehoord of geleerd. Zij maken in hun pastorie en hun eigen huisgezin ook niet tot een kleine kerk. Ze vinden het verdacht en overdreven waar het wel gebeurd."

Ik denk aan de stof van afgelopen zondag in Nieuw-Lekkerland, in een doopdienst. Het ging over psalm 101, waar David zijn ambt als koning aanvaardt. Psalm 101 is vol van: Ik zal....! Ik zal... Ik zal.... Dat betreft allerlei wat David zich voorneemt om als koning te doen.
Hij zal ervoor zorgen dat er geen afgodsbeelden in het land opgericht worden. Hij "haat het doen der schenderen van Gods Wet..." Hij wil geen vriendschappelijke omgang hebben zich laten raden door goddelozen.
Laten er van die heilige voornemens ook zijn in de harten van ambtsdragers, ook met het oog op het komende winterwerk. Waar gaat het om? Niet in de eerste plaats dat de preekbeurtenlijst vol staat met "goede predikanten". En dat de gezinnen komende winter weer netjes bezocht worden, zodat u "rond komt". En dat er geen al te grote spanningen in de gemeente zijn.
Gaat het daarom? Maar dat er veeleer een brandende ijver zou zijn, om wille van de Naam des Heeren en de eer des Heeren.
Wat moeten we daar telkens weer in opgewekt worden. Wat geestelijk geldt: De eerste liefde, dat die niet verlaten zou worden, geldt dat ook niet in het ambt? Grijp degenen die ten dode wankelen!
Maar zegt David in psalm 101 als eerste van zijn heilige voornemens: "Ik zal in het midden van mijn huis verstandelijk handelen!" Niet in de binnenkamer alleen. En ook niet in zijn koninkrijk alleen. Maar in het midden van zijn huis. Daar lag zijn eerste prioriteit....
Er wordt wel eens gezegd dat juist kinderen van predikanten van de Kerk,  en de Heere en Zijn dienst wegraken.. Ik weet niet of het percentage bij hen hoger is dan bij anderen. Maar hoe dan ook, ik kan niet genoeg aandringen bij mezelf en collega's en ouderlingen en diakenen, om het eigen gezin niet te vergeten. De zielen van de gemeenteleden zullen van uw hand geëist worden. Maar geldt dat minder voor de zielen van de kinderen van wie we vader zijn?
"Ik zal in het midden van mijn huis...." Er zijn weinig dingen zo slecht in de opvoeding, dan wanneer vader naar buiten toe de vrome ambtsdrager is, terwijl in het gezin de godsvrucht en de praktijk daarvan wordt gemist.

Het tweede belang van het onderwerp deze avond, de huisgodsdienstoefening is: Het hoort nadrukkelijk bij uw ambt om er op toe te zien in de gezinnen in de gemeente, waarover Heere u gesteld heeft, dat de huisgodsdienst nauwgezet ter hand genomen wordt. Ik heb me dat nooit zo gerealiseerd, maar ik heb er wel veel over gevonden.
In 1647 nam de generale Synode van de Schotse Kerk een besluit om nauwlettend toe te zien of de plicht van de huisgodsdienst in de gezinnen werd waargenomen. De synode vereiste en schreef voor:

Dat de predikanten en de regerende ouderlingen in de gemeenten die aan hun zorgen zijn toevertrouwd vlijtig onderzoek en navraag zullen doen of er onder hen een gezin is, of gezinnen zijn, die de huisgodsdienst veronachtzamen. Als dat het geval is, moet het hoofd van dat gezin vermaand worden. Volhard hij dan moet hij berispt worden, en als hij nog volhard van het avondmaal worden uitgesloten als onwaardig om daaraan deel te nemen, en uiteindelijk van de gemeente worden afgesneden totdat hij zich betert.
 
Wij denken vandaag de dag bij tucht, aan mensen die zich op zedelijk gebied ontgaan. Maar de schotse synode trekt het veel breder, en zegt: Als er geen huisgodsdienst is dient de ban uiteindelijk als uiterste middel, om mensen daartoe aan te zetten. We kunnen overigens nog veel dichter bij huis blijven: Kerkorde 1951, Ordinantie 6, artikel 8, over de doop, luidt:

Predikanten en ouderlingen wekken, met name bij het huisbezoek, de leden der gemeente op tot het trouw onderhouden van de huisdienst, met schriftlezing, gebed en gezongen of gelezen lied.

We zijn  er dus met nadruk ambtelijk toe geroepen, om in de gemeente na te gaan, hoe het staat met de huisgodsdienstoefening.
Hebt u daar wel eens naar gevraagd op huisbezoek, in liefdevolle belangstelling? "Is er in dit gezin ook sprake van huisgodsdienstoefening?" En hebt u doorgevraagd? Hoe gaat dat met de huisgodsdienst? Hoe krijgt dat gestalte? Hebt u er wel eens raad in gegeven? Dat is niet minder dan onze ambtelijke plicht.
En hoe zou ik het anderen voorhouden, als ik het zelf niet in praktijk zou brengen....?
Daarmee heb ik iets gezegd van het belang van het onderwerp van deze avond. Ik wil er aan toevoegen:
Het betreft een zeer vitaal onderdeel van het gemeenteleven.
Een vloedgolf van ongeloofs theorieën komt op de jongeren af. De wereld biedt ontzettend veel verleiding en verlokking. Dat komt niet zomaar goed. En dan moeten we niet alleen met een vrome wens zeggen: "Mocht de Heere er maar eens aan te pas komen," en het daarbij laten. Er is een strijd om zielen gaande, en ik heb alles op alles te zetten, ter wille van hun behoud....
De huisgodsdienst heeft ook een voluit bijbelse grond.
Ik denk aan Job: En Job offerde naar hun aller getal.
Hij heiligde hen. Hij ontbood hen. Hij liet ze er bij zijn. Offerde! Ziende op het enige offer: Jezus Christus en Dien gekruisigd! Zo heeft hij met hen gehandeld. En hij kwam er vroeg voor uit zijn bed.
Paulus schrijft in 1 Tim. 5:8:
"Zo iemand de zijnen en zijn huisgenoten niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend en is erger dan de ongelovige."
En:
"Voedt uw kinderen op in de lering en vermaning des Heeren.
Denk ook  aan Abraham, Jozua, Job, Daniël, Cornelius, Aquilla en Priscilla. Zij worden met ere vermeld bij het vervullen van deze plicht.
Blijf in hetgeen gij geleerd hebt. Waarom!? Want gij weet toch van wie gij het geleerd hebt!? Uw moeder en uw oma! Die het evangelie met hun leven bevestigd hebben!
Anderzijds geldt:
"De toorn van God wordt uitgestort over geslachten (maar u mag ook lezen: gezinnen) Die de naam des Heeren niet aanroepen." Jer.10:25
En alle geklaag over de donkere tijd, demonisch als ze is, is niet geloofwaardig, als de huisgodsdienst in ons eigen huis verwaarloosd wordt.
Verlangen we naar een krachtig werk van God? Gaan de zielen van kinderen ons werkelijk ter harte?
James Alexander schreef:
"Als elk gezin zich bewust zou zijn van de huiselijke godsvrucht, onderwijs en dagelijks gebed, zouden we zeker in al onze kerken een genadige opwekking aanschouwen."
Een genadige opwekking. Want maakbaar is het niet. Maar de Heere werkt wel middelijk....
Ik kan blijven citeren. Onze vaderen hebben hier het belang van gezien. We kunnen in de gemeente goed geolied jeugdwerk hebben. We gaan weer catechisatie geven. Maar waar dit in de gezinnen ontbreekt, ontbreekt iets fundamenteels. Er wordt anderzijds door  middel van de huisgodsdienst, een onmetelijke kracht toegevoegd aan de openbare bediening van het Woord.
Willem Teellinck schrijft:

"De huisvaders dragen zeer weinig zorg voor de opgroeiende jeugd. Men heeft hen niet gecatechiseerd. Dat is al voldoende om de kerk tot in de grond toe te bederven. Dan staan we schuldig aan meineed; het breken van plechtige beloften tegenover God, gedaan bij de doop. Een huisvader die de godsdienstige vorming van zijn kinderen verwaarloost, al is hij een trouw kerkganger, en al gaat hij ten avondmaal, is een onvruchtbare vijgeboom in de wijngaard des Heeren, die de aarde onnuttig beslaat en in gevaar verkeert te zullen worden omgehakt."

Zeer ernstige woorden. Ik wil vanavond niet in het negatieve blijven steken. Maar met het voorbereiden van deze stof, ben ik ook zelf weer te meer bij de noodzaak van deze zaak bepaald.
Andrew Gray schrijft:
Waar is de liefde die we voor hen koesteren?
Hen liefhebben en toch niet onderwijzen in de hemel?
Hen liefhebben en hun ziel verwaarlozen!?
Hen liefhebben en hun zielen ombrengen?
Hen liefhebben, en toch weinig meer voor hen dan, dan we voor de huisdieren doen? Wrede, bloedige ouders!
Werken, en wat praten, en half slapend nog wat doen aan godsdienst in het gezin. Wee ons!
Zult u het lichaam voeden, kleden en verzorgen, en toelaten dat de ziel omkomt? Wat heeft hun arme ziel u voor kwaad gedaan, dat u hen zo verwaarloost? Wat rekenschap zult u afleggen op die grote dag!?
Als uw kinderen onkundig blijven zal satan hen zeker als een prooi bemachtigen. Hoe kunnen zij tot geloof komen, zonder kennis?

We mogen er anderzijds grote verwachtingen van hebben, wanneer  het wel gebeurd. Ik citeer Wilhelmus á Brakel. Hij schrijft in de Redelijke Godsdienst:
"Men moet van zijn huis een kleine kerk maken. Dan zal de Heere dat huis zegenen. De kinderen zullen de Heere leren vrezen, en alzo tot zaligheid komen. Men zal elkander liefkrijgen. Men zal ontzag voor elkaar hebben. Het zal een ieder inhouden van de zonden. Men zal elkaar voorgaan en navolgen in godzaligheid."

Iets over de praktijk van de huisgodsdienst.
Het is niet mijn bedoeling dat we nu heel doenerig aan de slag zullen gaan. Wij zullen niets maken; niets tot stand brengen, als de Heere het niet geeft. Wat moet dat een levende afhankelijkheid aan Hem geven; dat Hij ons trouw zou maken en dat Hij ons doe volharden, en dat de Heere het zou zegenen aan jonge harten; dat ze zichzelf als verlorenen kennen, en tot Hem de toevlucht nemen en voor Hem gaan leven.
Wanneer we het hebben over de praktijk van de huisgodsdienst, moeten we bedenken dat ieder gezin weer anders is, wat betreft samenstelling, leeftijd, schoolbezoek, werk, enz.
In het algemeen valt er echter wel wat over te zeggen. Het zwaartepunt in praktisch opzicht ligt in de meeste gevallen bij de avondmaaltijd. Maar ook 's morgens is het goed om als gezin met elkaar voor het aangezicht Gods, de dag te beginnen. Iemand schreef: "Een dier loopt eerst naar de voerbak. Maar een mens, zou die niet eerst aan God denken?  En zou in een gezin niet in gezamenlijk de naam des Heeren worden aangeroepen?"
Men kende vroeger in de roomse kerk de vroegmis. Gezinnen gingen nog voor het ontbijt naar de kerk. Zo werd de dag aan de Heere toegewijd. De reformatie heeft dat gezien in het gezin.
Praktisch gezien is het vaak zo dat de schooltijden en de werktijden van de gezinsleden verschillen. Ik zou er toch voor willen pleiten, dat het gezin samenkomt, op het moment dat eerste eet. Daar moet soms een klein offer voor gebracht worden. Ik spreek wat uit de praktijk. Onze oudste twee kinderen gaan naar het voortgezet onderwijs. Ze gaan om 10 over 7 weg. Dan moet je als hele gezin om 6.45 uur aan tafel zitten. We proberen dat te doen, en tot nu toe mag het ook zo gaan. Het zal niet haalbaar zijn als sommige gezinsleden nog veel vroeger de deur uit gaan. Als een gezinslid om 4 of 5 uur 's morgens moet beginnen, zou ik zeggen: Laat de dag gezamenlijk begonnen worden, als het voor de meesten haalbaar is. Zo is er dan voor de meesten een gezamenlijk moment, waarop gebeden wordt, (misschien geknield, ik weet uit ervaring hoeveel daar van uit kan gaan), gelezen uit Gods Woord en misschien een psalm gezongen. Dat is dus heel wat anders dan een ontbijt aan de lopende band, waarbij ieder eet als het hem uitkomt, en misschien nog heel snel een kort stukje uit de Bijbel leest en haastig een gebed prevelt. 

Met het middageten ligt het vaak nog weer anders. Mannen zijn niet thuis. (Ik houd het maar op dat het de mannen zijn die werken!), en de jongeren zijn op school. Met de aanwezige gezinsleden wordt gebeden en geluisterd naar Gods Woord, meestal onder leiding van moeder.

In de meeste gevallen is de avondmaaltijd het moment waarop de meeste gezinsleden aanwezig zijn. Dat is vaak het uitgelezen moment om uitvoeriger huisgodsdienst te houden. Ook dit gezamenlijk moment staat overigens geweldig onder druk. Ik kan de onrust en de drukte van deze tijd niet anders zien dan als een list van satan, die de gezinnen steeds meer uiteenrukt, en ieder maar zijn eigen leven laat leiden. De satan rukt gezinnen uiteen door echtscheidingen, maar ook door te voorkomen dat het gezin als eenheid samen is, en dat er gelegenheid is om de meest belangrijkste zaken over te dragen van ouder op kind. We hebben die strijd daartegen dan ook vastberaden aan te binden. Hierin is beslistheid noodzakelijk.
Het moet dus niet zo zijn, dat één van de kinderen zegt: "Ik moet naar muziekles, of naar zwemles, of nog andere les, en ik maar snel en ik ga weg." Als er wel noodzakelijk dingen zijn waar gezinsleden naar toe moeten, probeer dan eerder te eten. De dagelijkse huisgodsdienst  moet ons in de meest letterlijke betekenis van het woord, heilig zijn. Als we daar keer op keer andere zaken de voorrang in geven, dan is het binnen de kortste tijd geminimaliseerd. Het is van groot belang, dan andere zaken zich naar de huisgodsdienst schikken, en niet andersom. Zoals de zondagse eredienst zijn vaste ritme heeft, laat het ook zo in de gezinsgodsdienst zijn. Dat heeft structuur en regel nodig. Een half uur per dag met elkaar bezig in de dienst des Heeren is toch niet heel veel. Zoek eerst het koninkrijk van God, ook als gezin, en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
Welke weg een kind ook later gaat, maar als dit in praktijk gebracht is, zal het altijd, het hele leven lang, de herinnering daaraan bij zich dragen.

Als praktische aanwijzing geldt:
Zorg dat de Bijbels en psalmboekjes klaarliggen, liefst voor ieder kind een Bijbel met psalmen. Als er eerst na het eten nog weer overal gezocht worden waar Bijbels liggen, en ze moeten overal vandaan gehaald worden, dan is de sfeer al weer anders; er gaat veel tijd verloren, kinderen lopen door het huis te zoeken en anderen wachten en raken geïriteerd enz. De stekker gaat uit de telefoon. De mobieltjes zijn uit (we hoeven niet altijd bereikbaar te zijn?). Wat de Heere gezegd heeft, van de binnenkamer: "De deur gesloten hebbende..." Laat dat dan ook van de huismaker/woonkeuken gelden waar u als gezin samen bent om God te zoeken: "En de deur gesloten hebbende....""

De huisgodsdienst die bestaat uit drie onderdelen. Bijbellezing, gebed en zingen.
Eerst Gods Woord. Laat het Woord rijkelijk in hen wonen.
Het geloof is uit het gehoor. Ik denk daarbij aan Deut. 6. Daar staan een aantal kernteksten in het Oude Testament:
"Gij zult de Heere uw God liefhebben...."
"Hoor Israël hoor, de Heere uw God is een enig Heere...."
En dan meteen daar achter:
"Gij zult daarvan spreken....!" Gij zult het uw kinderen inscherpen.
Zoals iets met een hete naald geëtst wordt in een koperen plaat. Het doet denken aan de woorden van Job: "Dit zij met een ijzeren griffel en lood voor eeuwig in een rots gehouwen!
En dan staat er in Deut. 6, nog één ding tussen: Deze woorden zullen in hart zijn, én gij zult het uw kinderen inscherpen.
Wat nodig. Dat dat Woord ook zelf kracht gedaan heeft aan ons eigen hart. Dat wij weten wat wij spreken. Wat hebben we in de opvoeding persoonlijke bekering nodig. Om zelf die Heere lief te hebben en om zelf door genade dat woord in het hart te hebben.  U bent er echt niet mee klaar om te zeggen: "Ik ben nu eenmaal onbekeerd." Als dat de werkelijkheid is, laat dat dan vandaag nog uw nood zijn! Laat het u uitdrijven tot God. Heere, vernieuw U mijn hart! Reinig dat hart! Bekeer mij tot U, dan zal ik bekeerd zijn.....

Huisgodsdienst bestaat uit het lezen van Gods Woord. Dat is meer dan een ritueel van een hoofdstuk lezen. Als het dat alleen is, zegt Henry, is het alsof een emmer water wordt omgeschopt. En het water vloeit alle kanten op. Er gebeurt verder niets mee. Kinderen denken onder zulk Bijbellezen aan totaal andere dingen. Volwassenen misschien ook wel... Laat daarom de kinderen meelezen. Geef ze telkens een beurt om te lezen. Betrek ze er bij. Laat ze met eerbied lezen. Neem uw kind van vier, dat nog niet lezen kan, op schoot en fluister het een paar woorden in het oor die zij mag zeggen. Verduidelijk oude woorden. Geef een synoniem. En vraag het ook, aan kinderen apart:
"Wat hebben we gelezen?"
"Waar gaat dit over?"
"Wat staat hier nu eigenlijk?"
En dan ook niet alleen weet-vraagjes, maar ook net iets dieper:
"Wat zou het voor ons betekenen?"
Het is niet de bedoeling dat we prekerige beschouwingen houden; dat ze naar lange toespraken gaan luisteren. Maar heb vragenderwijs een gesprek.
We vinden dat ook terug in Deuteronomium 6: "Als uw zoon u zal vragen...." Dat is de manier van dat inscherpen.
Een recente enquete meldt dat in 90 procent van de gezinnen niet of nauwelijks over geloofszaken gesproken wordt. Dat is zeer ernstig.
Jose Baars-Blom schrijft: "Hoe degelijk en intensief er ook op school of in de kerk op de geloofsleer wordt ingegaan, wanneer een meisje daar thuis niet over spreekt, komt het vaak voor dat ze in haar gedrag zich niet laat leiden door bijbelse waarheden."
Als er in de Bijbel wordt gelezen, en er wordt een bepaalde zonde bestraft, waarschuw dan de kinderen tegen die zonde.
Als er oordeel wordt gedreigd, betrek dat ook op vandaag, en op het gezin, en op de harten.
Als het gaat over straf zijn kleine kinderen vaak erg radicaal over wie er naar de hel gaan. Zeg er dan bij: "Jij en ik hebben ook straf verdiend."
Als we lezen over genade mogen we ze er op wijzen: "Die genade is ook vandaag bij de Heere te krijgen. Hij heeft het je beloofd in de doop."
Als het gaat over Israel, als het in zonde viel en de afgoden diende, spreek dan over verleidingen en afgoden van vandaag.
Als het gaat over zegeningen; wijs ze dan ook aan in het gezin, in het leven van de kinderen, en spreek over de grootste zegen, namelijk Hem te kennen, en wat dat inhoud.
Als ik een voorbeeld mag geven: We lazen gisteren van het dochtertje van Jaïrus. Wat een lessen liggen daarin:

  • We mogen in ziekte aan de Heere vragen om genezing...
  • Het meisje was gestorven.... Ook kinderen kunnen sterven. Jij kan ook jong sterven. 
  • Het meisje was ontslapen. Als we de Heere mogen vrezen, dan is de dood niet erg, maar een ontslapen.
  • De Heere maakte haar levend. Het waren altijd tekenen, gelijkenissen, die de Heere deed. Zo maakt Hij dode harten levend... Jij moet ook levend gemaakt worden. We hebben allemaal een dood hart als we de Heere nog niet kennen.
  • Straks worden alle doden levend.... Ook opa, die gestorven is, en nu al bij de Heere is.

Als je zo in gesprek bent, vliegt de tijd om! Moedig ze aan om vragen te stellen. Laat ze reageren. Dan doen ze graag. Ik heb vooral nog jonge kinderen. Mijn ervaring is dat het hen nooit te lang valt, en dat ik altijd zelf het gesprek moet afbreken omdat het tijd is.
Maak uitweidingen overigens niet te lang. Als één van kinderen veel meer wil weten, moet je daar apart met hem over spreken.
Wees hartelijk. Ik dacht dat liefde één van de allerbelangrijkste zaken is in de opvoeding. Harde en strenge gewoonten kunnen alleen maar verkillen. Meer niet. Hun harten worden er alleen maar meer door gesloten. Toon hen liefde. Toon ze een hart dat verlangt dat ze gelukkig zullen zijn.
"Ik wil jullie in de hemel niet missen."
En zo komen na verloop van tijd al die zaken aan bod. Vertel hen van zonde en schuld. Vertel hen van Christus en Zijn werk! Vertel hen van het werk van de Heilige Geest.

Hulpmiddelen.
Als de kinderen nog ouder worden kunnen  we er een eenvoudige verklaring van J.C. Ryle bij lezen. Je kunt een wat kind ook als het vrij jong is, bij een onduidelijkheid uit de Kanttekingen bij de Statenvertaling voor laten lezen.
Ik denk ook aan de verkorte Mattew Henry. Als we er zelf weinig over weten te zeggen, kan de Bijbellezing onderbroken worden met iets van hen te lezen.
Mensen zeggen soms tegen mij: Ik vind het moeilijk. Ik kan het niet.
Dan is er de weg van het gebed. Hebben we de Heilige Geest niet nodig? Is er bij Hem geen genade om de kinderen op te voeden tot Zijn eer? Er zijn ook goede boeken over te krijgen (zie literatuurlijst aan het einde van de lezing). De vaardigheid neemt ook door oefenen toe. Begin maar eenvoudig.

Je hoort wel eens zeggen: Kinderen willen het niet. Het is zeker van belang om er jong mee te beginnen, zodat ze niet anders weten. Maar als dat niet gebeurd is, dan moeten we daar maar eerlijk voor de Heeren en voor de huigenoten schuld over belijden dat we het nagelaten hebben, maar ze dan ook voorhouden: In dit huis willen we vanaf nu de Heere dienen.

Teelinck in zijn burenkout, laat de buurman zeggen: "U wilt zeker van iedereen en predikant maken." Met andere woorden: Het is toch wel overdreven om het zo te doen. En de andere buurman antwoordt: "Och buurman. Denk aan wat ik zeg: Elke huisvader moet een predikant zijn."
"Vraag kan zijn wat er gelezen wordt. Daarin is ieder vrij. Zelf doen we het zo: 's Morgens lezen we een Psalm, of een hoofdstuk uit Spreuken of Prediker....
's Middags wordt er gelezen uit de geschiedenissen en de profetieën van het Oude Testament.'s Avonds lezen we uit het Nieuwe Testament, waarbij we telkens de brieven en evangeliën afwisselen. Als het evangelie uit is, lezen we een brief, en als de brief uit is een evangelie.
Het is ook goed op bij bijzondere gelegenheden een passend Bijbelgedeelte te nemen. Op de christelijke feestdagen, maar ook als we op reis gaan, of veilig thuisgekomen zijn, in tijden van ziekte of op feestdagen. Een trouwdag. Dat kan een onuitwisbare indruk geven.

Gebed.
Ik vrees dat het gebed heel vaak is: Even bidden. Even de handen vouwen. Een hekje voor en na de maaltijd.
Vaak vinden mensen het moeilijk, rondom de maaltijden hardop te bidden. Maar als Gods Woord uitvoerig aan de orde is geweest, dan ligt daarin alleen al stof genoeg om de Heere voor te houden.
Het mag verwacht worden, dat een huisvader hardop bidt. Daar kan hij ook op aangesproken worden tijdens huisbezoek. Doen wij het zelf? Dat vraag ik ook maar. Er was een ouderling tegen wie zijn dochter zei: "U bidt zo vaak bij andere mensen, maar ik heb het u hier nog nooit horen doen..." Het was alsof hij een zweepslag kreeg. Het was gelukkig ook het begin dat het veranderde.
Als het moeilijk is om te bidden, laat er dan het gebed zijn om vrijmoedigheid en bekwaamheid.
Voor de kinderen is het gebed van vader (en moeder) een oefenschool voor hun eigen gebedsleven. Het gebed van je ouders, dat vergeet je nooit.
Koelman schrijft: "Laat uw kinderen tegenwoordig zijn bij de huisgebeden. Laat hen horen wat u voor hen bidt. En dat u met grote vurigheid en aanhoudendheid bidt om hun bekering. Om vergeving van hun zonden. Om zegen voor hun ziel en lichaam."
Spurgeon schrijft: "De gedachte dat de gebeden van mijn moeder op de dag des oordeels tegen mij zouden getuigen, veroorzaakten een heilzame schrik in mijn hart."
Ik ga niet voorschrijven hoe er gebeden moet worden. Maar toch zou goed zijn, dat wat gelezen is, en besproken is, ook terugkomt in het gebed. Dat maakt het gebed ook telkens anders. De Heere hoort ook graag zijn eigen woorden. De beloften zijn bijzondere pleitredenen. In het gebed worden de zonden beleden waarover we lazen
Andere zaken die in het gebed naar voren komen:

  • Belijdenis van zonden van het gezin.
  • Gebed om genade voor het gezin.
  • Bede om tijdelijke en eeuwige zegeningen.
  • Alles wat er in het gezinsleven aan de orde is. De bijzondere omstandigheden. Een examen. Een verre reis. Verdriet. Een verkering die is uitgegaan. Vreugde. Enz.
  • Dankzegging voor wat de Heere gaf.

Koelman schrijft er bij: Vraag het eens na, waar in de gebeden om gevraagd is. "Heb jij gehoord waar we om gebeden hebben? Zal je er zelf ook om bidden?" Zodat er niet gedachteloos de ogen alleen dichtgedaan worden. Bij alles geldt: Natuurlijk en toch plechtig. Eenvoudig, maar niet oppervlakkig.

Zingen.
In de derde plaats het zingen. Wat kan het samenbinden als er in het gezin gezongten wordt. We weten van Luther hoe hij met zijn gezin ook zong en musiceerde. We hebben een goudmijn in de psalmen, en thuis kan er ook meer gezongen worden dan psalmen alleen. Veel geharrewar over popmuziek kan voorkomen worden, als we goede muziek voor in de plaats stellen. Wat is er ook meer geschikt om harten brandend te maken, dan zingen?
En het is toch mooi als die soms dwarse puber het zingen op het orgel begeleidt, en je prijst hem achteraf. Mooi om de kinderen beurtelings iets op te laten geven om te zingen. Dat is bij de jongste kinderen meestal het versje van school, maar bij de groteren kijk je ze soms ook  in het hart.

Ik kan nog meer zeggen over de dagsluiting. Doe ik nu maar niet meer uitvoerig. Met de aanwezige gezinsleden wordt gelezen, vaak met behulp van een dagboek. En er wordt gebeden. Ik herinner me van thuis dat er dan altijd uitvoerig voorbeden gedaan werden, voor de zieken in de gemeente, de kerk, Israël, de vervolgde christenen, en zoveel andere zaken.
Als jongen zat je dan wel soms te tollen van de slaap, maar achteraf is het toch onvergetelijk. Laat er persoonlijk gebed zijn dat God de huisoefening zal zegenen en dat Hij kracht zou geven om vol te houden.
Als ambtsdragers hebben velen van ons een gezin... Hoe staat het in uw gezin met de huisgodsdienst? Maar ook in de gemeente is het nodig dit keer op keer ter sprake te brengen.
Vraag eens aan elkaar op kerkenraad hoe het hiermee in de gemeente staat. Spreek af om er navraag naar te doen, en aanwijzingen te geven. Het kan ook heel goed in de prediking naar voren komen bij een doopdienst, en het zou ook goed zijn er een gemeenteavond over te beleggen.
Ik besef het gevaar van een onderwerp als dit, namelijk dat we het gaan zoeken in werken; dat we een ladder maken om de hemel te bereiken. Maar ik denk dat het gevaar van luiheid en nalatigheid  minstens zo groot is.
Het kost vaak strijd om deze dingen gestalte te geven. Zouden we niet strijden? Moeten we niet al het mogelijke aanwenden?
Begin opnieuw, als het ingezonken is. Wij als gezin moeten er ook wel weer opnieuw aan beginnen, omdat het zomaar verwateren kan.
Smeek de Heere of Hij uw zwakke pogingen wil zegenen. Smeek Hem om ze in hun armen te nemen.
Iemand schreef:
"Een kerk is reeds in een toestand van herlevingwanneer al haar biddende gezinnen aldus in oprechtheid
bezig zijn. Maar ook in de koudste tijden behoren degenen die
de Heere vrezen, er een gewetenszaak van te maken om
deze zaak op hun hart voor God te dragen temidden van
hun gezin."

Maar ik las bij ds. Edwart Paison:
Ik preekte onlangs over te tekst uit Zacharia: Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De Heiligheid des Heeren. Ik heb getracht die profetie in ons huis vervuld te krijgen. En hoewel we er maar heel weinig in slagen, heeft de poging alleen al ons een ongekend geluk gegeven.
Dat geluk wens ik u ook van harte toe.

Zingen: Psalm 78:3,4

Geraadpleegde literatuur:

  • J.R. Beeke, Aangaande mij en mijn huis, Kampen 2006
  • W. á Brakel, Redelijke Godsdienst, Utrecht 1979
  • M. van Campen, Aangaande mij en mijn huis, Zoetermeer 1991
  • M. Golverdingen, Avonden met Teellinck, Houten 1993
  • Andrew Gray, Toegang tot het eeuwige leven, Utrecht 1989
  • Stichting Herleving, Gezinsgodsdienst, Arnemuiden 2005
  • Jacobus Koelman, Plichten der Ouders, Amsterdam, 1679
|

Mail een vriend