Huisbezoek (1)
Nog even en dan gaan de ouderlingen de gemeente weer in om de gezinnen te bezoeken. In veel gemeenten gaan de diakenen mee op huisbezoek. Dat gebeurt omdat er een tekort is aan ouderlingen en omdat de kerkenraad niet te lang uit de gezinnen wil wegblijven. Sommige ambtsdragers zullen ernaar uitzien om de gemeenteleden weer op te zoeken en anderen zullen ertegen opzien om uiteenlopende redenen.
Huisbezoek is heel belangrijk. De ambtsdragers moeten weten wat er in de gemeente leeft. Niet uit oppervlakkige nieuwsgierigheid maar uit oprechte zorg voor elkaar. Huisbezoek staat in het teken van zielzorg. Als een ambtsdrager niet weet wat er in een gezin en in het leven van de enkeling gaande is, kan hij ook niet bijstaan of helpen. Daarom is het van grote betekenis om je als ambtdrager heel open op te stellen. Maar dat geldt natuurlijk ook voor de gemeente en het gemeentelid.
Als ambtsdrager moet je je goed realiseren dat je op de huisbezoekavond in een enigszins gespannen gezinssituatie terechtkomt. We behoeven daar niet direct iets vervelends achter te denken of te zoeken. Ieder bezoek veroorzaakt enige spanning. Dat gebeurt zelfs als je beste vriend komt of een van de kinderen. 't Zal wel te maken hebben met het eenvoudige feit dat je nooit weet hoe het contact zal zijn of hoe het gesprek zal verlopen. Die onzekerheid en tegelijkertijd de nieuwsgierigheid naar hoe het allemaal zal gaan, zet de toon.
Ik denk dat het goed is voor beide partijen als het gezin van tevoren door een ambtsdrager op de hoogte gebracht wordt dat men op die of die avond een bezoek kan verwachten. Van groot belang is hoe men dat presenteert. Hoe is de toon van het gesprek? Wordt het op een koele zakelijke manier meegedeeld of op een bescheiden wijze? Woorden dragen een wereld van emoties mee. Dat wordt veel te weinig ingezien. Daarom kan het gebeuren dat na het telefoongesprek de deuren al bij voorbaat in het slot geworpen worden. Nuttig en nodig is het dat we voortdurend reflecteren op onze gedragingen. Hoe zeg ik dingen en hoe treed ik met de ander in contact? We moeten als ambtsdragers ervoor oppassen dat we door ons gedrag onzichtbare muren opwerpen in de gemeente waardoor de duivel gelegenheid krijgt om ons uit elkaar te drijven.
Na het telefoongesprek komen allerlei processen op gang. Dat geldt voor zowel de ambtsdrager als het gezin dat bezocht zal gaan worden. Van eminent belang is hoe de relatie is tussen de ambtsdrager en het gezin. Hoe kijkt de ambtsdrager tegen het gezin aan en hoe kijkt het gezin tegen de ambtsdrager aan? Bestaat er voor elkaar enig respect? Zo niet, dan zal er die avond geen echte ontmoeting plaatsvinden. Dan komt het bezoek niet boven het niveau uit van een beleefdheidsbezoek.
Voordat de ambtsdragers op bezoek gaan, moeten ze met elkaar gesproken hebben over de gezinnen die op die avond bezocht zullen gaan worden. Vanzelfsprekend moet dat op een waardige en respectvolle wijze gebeuren. We gaan met mensen om uit de gemeente. In sommige gemeenten zijn bepaalde gegevens van gemeenteleden in een rapport ondergebracht. Natuurlijk staan daar geen dingen in die in het volste vertrouwen aan een ambtsdrager zijn meegedeeld. De gemeente moet weten dat bepaalde informatie bij een ambtsdrager veilig is. In zo'n rapport kan bijvoorbeeld iets staan over de levensloop van man of vrouw of het gezin. Wanneer op een uiterst integere wijze met die gegevens om wordt gegaan, kan de ambtsdrager voor pastorale blunders voor een deel bewaard blijven. Daarom de vraag: Wat zijn het voor een gezinnen? Hoe staat het gezin in de gemeente? Leeft het mee of staat het ergens op de rand? Is het een gezin met jonge kinderen of een gezin waar sommigen van getrouwd zijn of anderen elders wonen in verband met studie of het werk? Zijn er door overlijden lege plaatsen ontstaan? Zijn de ouders gescheiden of is het huwelijk nog intact gebleven? Is er een kind gehandicapt? Zo zijn er nog vele vragen te stellen.
Het gezin zit thuis min of meer in de houding. 't Kan gebeuren dat door de onderhuidse spanningen er zomaar om niets ruzie ontstaat. De duivel zit natuurlijk ook niet stil. Hij doet er alles aan om te verhinderen dat er die avond open en eerlijk over God en goddelijke zaken zal gesproken worden. Het is belangrijk dat je als ouders het ruzieachtige sfeertje enigszins relativeert. Besef dat niemand erop zit te wachten om zijn hart op tafel neer te leggen. Om dat te voorkomen, worden er ineens allerlei muren opgetrokken. Eén zo'n muur is een beetje ruzie waardoor sommigen in het gezin zich gerechtigd achten om die avond maar te zwijgen. Ten diepste komt het alles op uit angst. Waarom die angst? De kern van de angst is de onthulling van het niets. Wanneer er werkelijk iets te vertellen is, behoeft niemand zich zorgen te maken. Maar het besef dat er eigenlijk niets is, veroorzaakt dat wonderlijke gedrag.
Spanning is er bij het gezin dat bezocht wordt en er is spanning bij de ouderlingen die op bezoek komen. Bij de voordeur ontmoeten die spanningsvelden elkaar. Op de deurmat weten we al of het een ‘open' avond zal zijn of een ‘gesloten' avond. Wordt vervolgd.
Nederhemert, ds. H. Zweistra