Huisbezoek (9)

Natuurlijk kan de huisbezoekavond niet in zijn geheel besteed worden aan de vragen die er leven bij de jongeren. Dat beseffen zij ook heel best. Het huisbezoekuur is daar gewoon te kort voor. Ook niet direct de aangewezen plek. De ambtsdragers kunnen op al die vragen nooit in dat korte bestek naar volle tevredenheid reageren. Broeders zeg dat eerlijk tegen de jongeren. Openheid naar elkaar toe voorkomt onnodige frustraties! Van groot belang is wel dat de jongeren voelen dat zij echt in beeld zijn bij u als ambtsdragers. En dat voelen ze ook als ze merken dat zij in hun vraagstelling serieus genomen worden en dan weten ze ook werkelijk van stoppen. Een luisterend oor werkt corrigerend.
Het is nog niet zo lang geleden dat op het huisbezoek aan de jeugd niets of nauwelijks iets gevraagd werd. Ze zaten er bij en zij konden hooguit aan het einde van het bezoek een persoonlijk tot hen gericht klein ‘preekje' verwachten.
Ongetwijfeld was dat allemaal heel goed bedoeld. Ik twijfel geen ogenblik aan de integriteit van deze ambtsdragers. Toch komen er bij al die goed bedoelde huisbezoeken de nodige vragen op. ‘Waarom greep men toen de aangeboden kansen om met de jeugd in gesprek te komen niet met beide handen aan? Juist in die periode - ik denk nu even heel concreet aan de eind jaren zestig/zeventig toen er sprake was van een geweldige cultuuromslag - dat de kerkelijke jeugd bezig was om het moderne levensgevoel in te drinken.' U komt me wellicht na deze vragen tegen met de opmerking dat ik het wel wat al te zwart wit heb afgeschilderd. U hebt ongetwijfeld gelijk. Ik heb het wat scherp neer gezet om tot bezinning aan te zetten. Natuurlijk zijn er in het verleden goede huisbezoeken geweest en was er terdege contact met de zoekende en vragende jeugd. Toch was het naar mijn gevoelen te incidenteel. De tendens was dat met de ouders gesproken werd en dat de jongeren niet aan bod kwamen. Nogmaals vraag ik waarom is er toen zo gehandeld? Was het uit verlegenheid met de situatie of uit angst voor wat een vraag zou losmaken? Hielden velen bewust of onbewust de ogen dicht voor hetgeen aan de andere kant van de zogenaamde ‘Refo-zuil' plaats vond? Heeft het negeren van de jeugdproblematiek niet in veel gevallen geleid tot de onder ons bekende inwendige secularisatie?
Broeders ontloop de reflectie op uw functioneren als ambtsdrager in de gemeente niet. Wees niet te snel tevreden met uw bezig zijn. Leer uit de lessen die het verleden ons aanreikt en probeer onder Gods zegen bruggen te slaan naar de jongeren die in snel tempo van ons dreigen weg te groeien. De problemen zijn vele malen groter dan we denken. Vele jongeren staan ongewapend in deze nihilistische samenleving en zijn in leven en denken al helemaal één met de wereld om hen heen. Nog een dunne draad bindt hen aan het geloof maar de draad wordt met de dag dunner. We hebben het ‘geweten' mee. Laten we daar op een empathische, dat is op een diep invoelende wijze gebruik van maken. Wanneer u dat op deze wijze mag beoefenen, zult u bemerken dat u zelfs bij een jongere die voor het oog zeer onbetrokken en onverschillig is op een verrassende wijze ingang vindt. Een liefdevolle benadering doet het hardste hart smelten.
Broeders wanneer u in gesprek bent of raakt met de jongeren op het huisbezoek vraag dan eens hoe het op de catechisatie gaat! Dat is natuurlijk niet zo'n makkelijke vraag. Voor u niet maar ook niet voor de jongeren. Voor u niet omdat de vraag heel snel verkeerd uitgelegd kan worden. Maak direct duidelijk dat u die vraag niet stelt uit oppervlakkige nieuwsgierigheid; ook niet omdat er over hen gesproken zou zijn, maar uit oprechte zorg voor hun persoonlijk leven voor Gods aangezicht. U raakt met die vraag een gevoelige snaar bij hen. Dat merkt u direct. Ze reageren enigszins onzeker. Hoe moeten ze die vraag beantwoorden? Ze moeten nu voor de dag komen. Wat is de betrokkenheid bij één van de belangrijkste kerkelijke activiteiten? Want zo is het toch?! Misschien zullen ze om zich een houding te geven iets vervelends zeggen over de man voor de groep of over de stof die aangeboden wordt. Doorzie de tactiek! 't Is gewoon een afleidingsmanoeuvre. Dat wil niet zeggen dat in hun kritiek ook een waarheidselement kan verborgen zitten. Maar daar gaat het nu even niet om. Zeg eerlijk dat je daar later op terug wil komen. Nu is er even wat anders aan de hand. Er was een vraag gesteld. Daar moet op gereageerd worden. Hoe wordt het uur beleefd? Wordt de opgegeven psalm meegezongen en wordt het Schriftgedeelte meegelezen? Hoe gedragen we ons als Gods aangezicht wordt gezocht? Wat is onze bijdrage tijdens het catechisatieuur? Gaan we op de gestelde vragen in? Ook kunt u rustig vragen hoe de jongeren zich voorbereiden op het catechisatieuur. Hoe wordt er naar toe geleefd? Is er gebed voor de predikant of de catechiseermeester? Wordt de opgegeven stof ook serieus opgepakt?
Confronterende vragen! Niet zo eenvoudig. Waarom zo confronterend? Wel om ze ook te dwingen om te reflecteren op hun houding en instelling ten opzichte van de catechese. Steen en been wordt geklaagd over de catechese maar in hoeverre zijn ze mede schuldig dat het tijdens het uur allemaal zo moeizaam gaat?! De gehanteerde spiegel kan veel kritiek wegnemen. Dat wil niet zeggen dat alle kritiek waardeloos is. Ze hebben een punt als ze merken dat de lessen niet goed voorbereid zijn. Ook als er voor vragen geen ruimte wordt gegeven. De tijd dat de groep met de armen over elkaar zat om het verhaal aan te horen is voor een groot deel voorbij. We behoeven mijns inziens niet naar die tijd terug te verlangen. De stof dient verwerkt te worden en dat gebeurt in de ontmoeting. Als predikers dienen wij daar open voor te staan.

Wordt vervolgd

Nederhemert, ds. H. Zweistra

 

|

Mail een vriend