Wee mij dat ik een vreemdeling ben
Waar ligt je eeuwige toekomst, als leidinggevende? Misschien schrik je van die confronterende vraag. Echter, je bent voorbeeldfiguur voor onze jongeren! Als jij wéét waarheen je op reis bent, dan heb je hen onderweg wat uit te leggen.
Ben je een vreemdeling?
Als je Psalm 120:5 leest, hoor je de dichter klagen: ‘O,wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedarswone.' Hij ervaart het als vreselijk om temidden van goddeloze mensen te wonen. Herken je dit? Wát is daar zo vreselijk aan? De dichter ervaart hen als haters van de vrede. Constant op conflict uit. Let er vooral op dat de dichter wél probeert met hen in contact te komen. Echter,ze zoeken, net als bij de Heere Jezus, continu naar dingen waar ze hem op kunnen grijpen.
Het kan echter zo zijn, dat jij dat helemaal niet zo ervaart. Je leeft temidden van moslims, atheïsten, kerkverlaters, die God niet kennen, maar jou om je levenshouding wél respecteren. Hoe ervaar je dan dat ‘anders' zijn?
Of... biedt het leven zoveel leuke dingen dat je er nooit bij stilstaat dat onze reis ergens heengaat? Ik kan het me haast niet voorstellen, maar toch moet ik het vragen: ben je een vreemdeling?
Wat voor vreemdeling ben je?
Eén Psalm terug zingt de dichter: ‘Ik ben, o Heer', een vreemd'ling hier beneên.' Je kunt vreemdeling zijn door een afwijkende levensstijl, waardoor jenegatief opvalt. Dan wordt onzerefo-lifestyle een soort amishachtig isolement. De goddelozen houd je op afstand, want dat is de ‘schare die de wet niet kent'. Het enige dat onze jongeren horen is: ‘Pas op voor de wereld; distantieer je overal van wat modern is'. Tot op zekere hoogte is dat te begrijpen. Maar wát geef je eigenlijk door aan de jongeren? Je kunt nooit vreemdeling zijn op de Bijbelse manier, door alléén maar anders te zijn dan de rest. Dat is geen doel op zich, maar een gevolg van iets. De dichter zingt daarom ‘vreemd'ling hier beneên'. Hier op aarde is hij vreemdeling, maar zijn vaderland ligt elders. Wel hier in dezedoor God geschapen wereld, maar... tegelijk ben je allochtoon: pelgrim.
Hoe vruchtbaar is jouw pelgrimsreis?
‘Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezienen geloofden omhelsd, en hebben beledendat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren' (Hebr. 11:13). Herken je je als leidinggevende in deze beschrijving? Dan zullen de jongeren door jou nieuwsgierig gemaakt worden naar jouw reisdoel. Goed voorbereide vakantiegangers wéten waar ze naartoe gaan. En jij? En de jongeren die aan jouw geestelijke zorg zijn toevertrouwd?
Nog even over dat vreemdelingschap. Als je de wereld vanuit de hoogte bekijkt, zul je een weinig vruchtdragende pelgrim zijn. Wees bewogen over het lot van de medereizigers, die nog zonder God leven. Leer de jongeren dat ook te zijn. Mogen zij van jou leren hoe je anderen tot Jezus brengt? Ken de tijd waarin je leeft. Laat deze vakantietijd een door de Heere gezegende toerustingstijd zijn voor het jeugdwerk dat straks weer wacht.
Leo de Kluijver
Dit artikel is afkomstig uit het Ledeninformatieblad van de Hersteld Hervormde Kerk.
