Hier beneden is het? Niet!
Jantine ziet haar vader nog net de deur uit gaan. ‘Waar gaat papa heen?', vraagt ze. ‘Een belangrijke vergadering', antwoordt haar moeder als zijn BMW de garage uitrijdt. ‘Alweer?' Met een zucht valt ze op de bank terwijl haar moeder haar wat folders geeft. De H&M-folder ziet er weer gelikt uit. Haar moeder zit achter de computer. Zullen we deze zomer naar Griekenland gaan?
Het is de vraag hoeveel we als reformatorische ouders nog bezig zijn met het toekomstige leven. Wees eens eerlijk: we voelen ons hier aardig thuis. Werk, sociale contacten en ontspanning; dat beheerst onze agenda. Ons leven staat bol van snelheid, afspraken en tijdsdruk. Memento mori (gedenk te sterven)? Nou nee, morgen dit, volgende week dat en ook de toekomst is gevuld met diverse plannen. Ook aan kinderen gaat dit niet voorbij. Maandag korfbal, dinsdag vioolles, woensdagmiddag een kinderfeestje. De carrousel van hun leven draait al op volle toeren. Maar waarheen?
Vreemdeling
Een christen is op weg naar een beter Vaderland. Hij is een vreemdeling hier op aarde. In de Bijbel vinden we een treffend voorbeeld hiervan in de geschiedenis van Abraham. Hij woonde als vreemdeling in het land der belofte. Abraham moest de pinnen van zijn tent maar niet al te vast inslaan. Vreemdelingschap is het besef dat we in Gods voorzienigheid een plaats en taak in deze wereld hebben, maar daar toch niet bij horen. De Heere Jezus verwoordt het treffend in het Hogepriesterlijk gebed, Joh. 17:16 (en 18): ‘Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.'Ook in de eerste Petrusbrief komen we dit vreemdelingschap tegen. De gemeenteleden worden ‘vreemdelingen in de verstrooiing' genoemd (vers 1). Hun burgerschap ligt niet in deze zondige wereld, maar in de hemel. ‘Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.' (1Petrus2:11).
En dat heeft consequenties. Dat voelden ze ook aan den lijve. Door hun omgeving werden ze niet geaccepteerd. Ze werden buitengesloten, zelfs vervolgd. Als dat gebeurt, voel je je inderdaad vreemdeling.
Hedonisme
Leeft u ook als een vreemdeling? In het besef dat het leven een damp is? Is ons leven doortrokken van dit tijdelijke karakter? Dat betekent dat we hier niet echt ´thuis´zijn. Onze kinderen zullen aan ons merken dat wij hier geen blijvende stad hebben. Zij voelen haarfijn aan als we de dingen zoeken die boven zijn (Kol. 3:1) of opgaan in al het aardse. Die dure en mooie auto. De nieuwe kleding die je wil kopen. De volgende vakantie. ‘Vergadert u geen schatten op de aarde'(Mattheüs6:19).Waar gaan onze gesprekken over? Welke schatten vergaderen we? De hemelse of de aardse? Het hedonisme -hoe kan ik zo veel mogelijk genieten?- zit ons allemaal in het bloed. Maar we dragen het ook over aan onze kinderen en gaan hen hierin voor! Of heeft ons leven een andere richting: ‘Heere, wat wilt u dat ik doen zal?'Gods Woord geeft ons duidelijk aan wat het vreemdelingschap kenmerkt: zelfverloochening, kruisdragen, liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
Geen eiland
Onze jongeren zien veel meer verschillende levensstijlen om zich heen dan wij toen we jong waren. Door de digitale revolutie leven ze niet op een eiland, maar staan midden in deze wereld. Dat heeft op hen een enorme invloed. Ze hebben dan ook hulp nodig om hun weg hierin te vinden. Zij verlangen naar contact met mensen die openstaan voor hun vragen, willen luisteren en samen met hen zoeken hoe ze hun weg kunnen vinden door deze wereld. Ouders kunnen hen tonen hoe goed het is de Heere te dienen. Ze kunnen doorgeven welke ‘winst' er ligt door een vreemdeling op de aarde te zijn.Het is bovendien een Bijbelse opdracht het volgende geslacht het ‘vreemdeling zijn' door te geven. In Spreuken 22: 6 staat: ‘Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijnswegs'.
Alleen staan
Als je de Heere echt wilt dienen en wilt wandelen met de Heere betekent dit wel dat je vaak alleen staat. Voor jongeren valt dit niet mee. Zelfs op een reformatorische school word je vreemd aangekeken als je niet aan alles mee doet. Je bent een vrome of ouderwets als je Bijbel voor jou belangrijker is dan je mobiel of als je gewoon niet meedoet aan het vloeken in de pauze. Ze moeten leren dat ze niet ‘vreemd' zijn, maar ‘vreemdeling'. Laten we deze jongeren steunen en bemoedigen. Hoe dan? Door een compliment voor het positieve in hun gedrag, door niet altijd het negatieve te benadrukken (hoewel iets soms echt fout is). Door niet gelijk te schrikken en hen af te wijzen als ze de dingen van het geloof net iets anders verwoorden. Door vooral over de kern in gesprek te zijn: de redding in Christus voor zondige jongeren.
Vrijgekocht
Wat heerlijk als je zo je kinderen mag leren dat ‘onze wandel' in de hemel is. Iemand die de Heere kent is ‘anders',alleen omdat hij gekocht is met het kostbare bloed van Christus. Vrijgekocht van ‘ijdele wandel'.Ik las daarover een treffend voorbeeld:
‘U kent vast wel een kippenfokkerij. In enorme schuren staan broedmachines. Duizenden kuikens krioelen daar dicht opeengepakt in hokken. Ze komen nergens anders. In een recordtijd worden ze vetgemest. Dan worden ze geslacht en gaan ze in de diepvries. Dat is nu een ijdele wandel. Maar op een dag komt er een man met een paar kinderen. Ze kopen een paar kuikentjes en die mogen nu op het erf rondlopen. Ze scharrelen rond en eten wormen en hebben nu een heel andere levensstijl dan de andere kuikens, niet omdat ze anders zijn, maar omdat ze losgekocht zijn uit het hok waar ze een zinloos bestaan hadden.'
Gerbrand de Jong, jeugdwerkadviseur
Tips
1. Maak het vreemdelingschap concreet naar ons handelen, denken en spreken.
2. Praat als gezin open over de moraal van de samenleving (over bijvoorbeeld seksualiteit) en wat de Heere hierover zegt in de Bijbel.
3. Maak duidelijke afspraken over geldbesteding, tijdsbesteding, mediagebruik etc.
4. Spreek over de invloed van films, computergames en onkerkelijke vrienden op ons denken.
5. Zoek met elkaar de Heere in het gebed. Laat daarbij aandacht zijn voor de verzoekingen van de duivel.
6. Spreek met elkaar open en eerlijk over Christus' wederkomst. Zien wij naar die dag uit met een groot verlangen? (NBG, art. 37)
Dit artikel is afkomstig uit het Ledeninformatieblad van de Hersteld Hervormde Kerk.
