Meer over Thema's

Eén keer

Eén keer

Met zestien kinderen schuifel ik door een eeuwenoude kerk middenin Brielle. Al speurend naar de historische bijzonderheden, waar deze Sint-Catharijnekerk vol mee zit. Het – nu al pompeuze – kerkgebouw had de grootste kerk van het gewest Holland moeten worden. Dat is niet helemaal gelukt. Door geldgebrek werd de toren maar half zo hoog als de bedoeling was. Ook ontbreken het koor en de zijbeuken van de kerk. Zelfs het plafond is nooit afgemaakt. Als je in het midden van de kerk staat, zie je aan de muren wel de aanzetten voor de gewelven zitten, maar boven je prijkt alleen op grote hoogte een donkerbruin, houten plafond.

Aan het einde van de middag, voordat we naar huis gaan, wil de koster graag dat alle kinderen in het midden van de kerk komen staan. ‘Het meest bijzondere van deze kerk hebben jullie nog niet gehoord!’ vertelt hij met een geheimzinnige glimlach. Verwachtingsvol kijken zestien paar kinderoogjes de oude koster aan. Ze krijgen een opdracht, die ze niet wekelijks in een kerk krijgen: ‘Roep zo hard je kunt! Als ik mijn arm omhoog steek, is iedereen tegelijk stil en gaan we tellen.’

Zo gezegd, zo gedaan. De kinderen roepen tot de koster zijn arm omhoog steekt. Ineens zijn ze stil. Ze houden hun adem in en tellen… Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven. Deze kerk blijkt iets heel unieks te bezitten: een nagalm van 7 seconden! Met dank aan het hoge, houten plafond. De kinderen zijn onder de indruk. Eén jongen steekt zijn vinger op en vraagt met pretlichtjes in zijn ogen: ‘Mogen we dit nog een keer doen?’ Even denkt de koster na. Dan schudt hij beslist zijn hoofd: ‘Jongeman, de allermooiste dingen in je leven doe je maar één keer.’

Jacoline de Vree