Meer over In gesprek

Raad aan jongeren

Vanaf zijn negentiende levensjaar mocht Archibald Alexander (1772 – 1851) preken. Wellicht zou oud als jij nu bent. Onze traditie kent dus jonge gelovigen die het vertrouwen kregen van ouderen, zelfs voor onderwijsgevende taken in de kerk. Leerzaam! Archibald schreef op oudere leeftijd een ‘Goede raad aan jongeren’, die nu in boekvorm beschikbaar is.

Hij begint met wederzijds begrip te kweken tussen de generaties: ‘Het valt inderdaad niet te ontkennen dat sommige oude mensen te streng zijn. In hun ogen zouden jongeren altijd even ernstig moeten zijn als mensen die een heel leven achter zich hebben liggen en die veel hebben meegemaakt in de wereld. Zij denken er niet aan dat er bij deze twee levensfasen een heel verschillend temperament hoort.’ Vervolgens roept hij jongeren op om onbevangen naar zijn raadgevingen te luisteren. Hij zegt tegen hen: ‘Wees niet te trots om onderwijs te vragen, omdat je zo je onkunde zou verraden. Moedig de begeerte naar kennis aan. ‘
Archibald Alexander geeft twintig adviezen aan jongeren ten aanzien van het praktische en het geestelijke leven. Daarbij spreekt hij jongeren aan op zaken waar zij speciaal gevoelig voor kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan het niet beheersen van hartstochten. Alexander: ‘Een giftige slag is onschadelijk als hij verstijfd is van de kou, maar in de nabijheid van het vuur blijkt algauw hoe gevaarlijk hij is. Zo ligt de zonde vaak – schijnbaar dood – in ons hart verborgen tot een prikkel de zondige lusten aanwakkert. Dan staan we versteld over de kracht van onze hartstochten.’ Hij vindt dat we eerlijk moeten richting onszelf, voor Gods aangezicht. ‘Wil je trouw blijven aan je beginselen? Dan moet je de zwakke punten van je eigen karakter kennen.’ Dit kan betekenen dat jij je anders gaat gedragen dan de rest; en dat moet ook volgens Alexander: ‘Veel christenen laten zich te weinig leiden door hun principes. Te vaak doen ze wat gewoon, in de mode of gebruikelijk is.‘
De Amerikaanse prediker en geleerde vindt dat we onze tijd niet verloren moeten laten gaan. ‘Om het genot wordt alles wat belangrijk en heilig is vergeten, en de meest waardevolle tijd van het leven verkwist in nutteloze bezigheden.’ Daarbij komt hij met een Benedictijns aandoend advies, dat bij de huidige tijdversnippering door sociale media hoogst actueel blijkt: ‘Wil je je tijd zo goed mogelijk benutten? Leer dan om één ding tegelijk te doen. Probeer elke taak zo te verrichten dat je die op de beste manier kunt afronden. Je krijgt maar één ogenblik tegelijk. Daarom is het zinloos te denken dat je meer dan één ding tegelijk kunt doen.’
Daarbij dient het doel van onze tijdsbesteding verder te reiken dan ons eigen belang: ‘Onze Schepper heeft de grootste vreugde niet verbonden aan het najagen van het eigen geluk, maar aan het tonen van naastenliefde.’
Werkelijke navolging krijgt echter geen gestalte door goede werken, maar vanuit het dienen van de Heere. Alexander: ‘Zonder godsvreze zijn al je goede werken, hoe nuttig ze ook voor de mensen zijn, waardeloos in Gods oog. Zij zijn als een tak zonder wortel.’ De predikant is bewogen met het geestelijk heil van jongeren: ‘Hoe mooi is de traan van berouw of heilige vreugde die glanst in het oog van een jongere!’
Vol liefde verkondigt Alexander in dit boekje jongeren de verlossing die in Christus te vinden is: ‘Lieve jongere, wees wijs en verzeker jezelf van een onverderfelijke, onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis die in de hemel voor je wordt bewaard. (…) God strekt Zijn armen vol genade uit om je Borg te worden. De engelen wachten om zich te verheugen over je bekering en je dag en nacht te bewaken.’

Kerkblad 16 augustus 2018