Meer over In gesprek

Rechten

Ooit was ds. A. Kos werkzaam als advocaat. Hij had een glanzende carrière voor de boeg. Toen de Heere hem riep moest het stuur echter om. Hij pleit in naam van Christus. Kos: „Iets heerlijkers is er trouwens ook niet.”

Wat deed u als advocaat?
„Onze kinderen dachten dat ik de hele dag achter de computer zat om moeilijke dingen te schrijven. Dat viel gelukkig wel mee. Ik werkte bij een wat kleiner (maar fijn) kantoor: Wolleswinkel Advocaten in Barneveld. Daar deed ik vooral personen- en familierecht, bestuursrecht, strafrecht (vooral de eerste jaren) en verder geschillen over betalingen etc. vaak voor een zitting in de rechtbank/het gerechtshof. Verder kwamen besprekingen buiten de deur regelmatig voor en bezocht ik gedetineerden op politiebureaus en huizen van bewaring.”

In welke situatie vond u het moeilijk om advocaat te zijn?
„Ligt eraan hoe je de vraag bedoelt. Het is een zeer stressvol beroep, met vaak grote belangen en harde termijnen. Maar op zich hield ik daar ook wel weer van. Schrijnende situaties raakten me ook wel, zoals een drugsverslaafde die steeds weer vastliep in het systeem en steeds weer terugviel in onder meer diefstal. Tenslotte kon het soms lastig zijn om te beslissen: wat kan wel en wat kan niet als christen. Mijn werkgever zei dat je als advocaat altijd op het scherpst van de snede loopt. Dat klopt. Bovendien: als je een zaak doet, wil je er ook het maximale uithalen. Maar het is niet zo dat je als advocaat liegen moet, of de waarheid moet verdraaien. Integendeel. Als een cliënt dat persé wel wilde, verwees ik hem/haar door. Dat is trouwens niet alleen verbonden met het christen-zijn. Als je de beroepsregels in acht neemt, kom je al een heel eind.”

… na een mooie loopbaan toch predikant?
„Ja, dat was niet omdat ik de advocatuur niet leuk vond. Bovendien kon ik ook in mijn beroep soms spreken over het geloof. Daar is maar één verklaring voor: roeping. Iets heerlijkers is er trouwens ook niet. Ds. Pieters zei, toen hij mij bevestigde in Giessendam Neder-Hardinxveld en Sliedrecht: ‘Eerst moest je de rechter overtuigen, nu hoef je alleen te getuigen.’”

Gebruikt u nog weleens uw ervaringen als advocaat?
„In het begin vroegen mensen nog wel eens juridisch advies, maar dat heb ik eigenlijk altijd geweigerd. Mede omdat ik er uit was en het juridisch landschap soms snel wijzigt. Hoewel ik me kan herinneren dat ik een keer tijdens een doopbezoek ontdekte dat de vader net buiten de regels om ontslagen was. Ik heb hem toen geadviseerd dat aan te kaarten. Dat resulteerde erin dat hij zijn baan kon houden. Of ik mijn ervaringen verder nog gebruik? De kerk gebruikt ze in ieder geval, door mij in de Generale Commissie van Opzicht te zetten. Verder meer onbewust, denk ik. Als een manier van denken, die zo nu en dan van pas komt. Verder heb ik met criminelen en bankdirecteuren om tafel gezeten. Misschien dat je dat toch meedraagt. 

Celine Maris (20) studeert rechten aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Als jurist denkt ze na over goed en kwaad aan de hand van de rechtspraktijk. Hoe laat zij Bijbelse normen en waarden hierbij meewegen? 

„In 2015 ben ik begonnen met de opleiding HBO-Rechten en ik hoop dit jaar af te studeren. Mijn interesse in het recht is ontstaan tijdens de lessen van het vak 'Maatschappijleer' op de middelbare school. Ik wilde graag meer leren over het recht en ging daarom vaak naar de rechtbank om zittingen bij te wonen. Mijn nieuwsgierigheid, mijn interesse in het recht, mijn rechtvaardigheidsgevoel en (misschien een beetje cliché, maar toch waar) mijn ambitie om iets te betekenen voor de samenleving hebben er voor gezorgd dat ik al drie jaar met veel plezier rechten studeer en na het behalen van mijn diploma nog wil doorstuderen aan de universiteit. Naast mijn studie werk ik als buitengriffier bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op de afdeling Civiel. Daar bereid ik zittingen voor, maak ik aantekeningen tijdens de zitting en neem ik deel aan het raadkameroverleg.”

Goed en fout.. dat is niet altijd even duidelijk. Wat is voor jou de norm en bron voor jouw persoonlijk leven?
„De Bijbel is voor mijn persoonlijk leven de norm en bron. Naast de lessen over het recht, het aanleren van vaardigheden die van belang zijn voor het oplossen van juridische problemen en de procedeervaardigheden, krijg ik op school ook les in ethiek. Een jurist wordt in de praktijk regelmatig geconfronteerd met vragen over goed en kwaad. Ik heb hier op school veel over moeten nadenken aan de hand van dilemma's die we hebben besproken.”

Hoe werkt dit door in je opvatting over rechtvaardigheid voor je studie en toekomstige werk?
„Ik zal tijdens mijn studie en werk altijd proberen de op de Bijbel gebaseerde normen en waarden als maatstaf te nemen. Ik besef echter wel dat dit op gespannen voet kan staan met de Nederlandse wetgeving, omdat de Bijbel en de Tien Geboden geen voorrang hebben op het geldende recht in ons land. Sterker nog: de Nederlandse wetgeving en de Bijbel zijn soms zelfs in strijd met elkaar. denk bijvoorbeeld aan euthanasie en abortus.”

Kerkblad  27 september 2018