Meer over Thema's

Blik in de spiegel

Wie ben ik voor Gods aangezicht? 

Vanuit Psalm 139 weten we dat de Heere bij het allereerste begin van leven betrokken is. Hij heeft ons ongevormd begin gezien, Hij kende ons toen wij nog geen besef hadden van ons bestaan. Mensen zijn dus niet zonder doel of oorzaak op aarde, maar gewild en geschapen door de Heere Zelf.

De Westminster catechismus doet ons de vraag stellen: ‘Wat is het voornaamste doel van het leven van de mens?’ Daarbij luidt het antwoord: ‘Het voornaamste doel van het leven van de mens is de verheerlijking van God en het zich in Hem ten volle en eeuwig verheugen.’ Met dat doel zijn we geschapen en juist daarin schieten we sinds de zondenval in Adam tekort. We zoeken niet Zijn eer, maar onszelf.

De gevallen mens kon zichzelf niet van dood levend maken, het leven moest van de andere kant komen. Thomas Boston geeft aan: ‘Zoals de eerste Adam, die zijn zaad vertegenwoordigde in het werkverbond, zonde en dood over hen bracht, zo brengt Hij (Christus, als tweede Adam) ook, Die Zijn zaad vertegenwoordigt, hen de rechtvaardigheid en het leven toe.’ Christus staat garant voor hen die Hem door de Vader gegeven zijn (Joh. 17: 9).

Het komt er dus op aan dat we weer in een open verhouding met de Heere komen te staan. Dat onze schuld wordt verzoend. Werkelijk rein en heilig worden we niet door eigen inspanningen, maar doordat onze zonden worden verzoend door het bloed van Christus.

Door genade werkt de Heilige Geest in ons dat we Christus beeld steeds meer gelijkvormig worden. Thomas Boston: ‘Het beeld van Christus wordt in beginsel op de ziel getekend, samen met een verlangen naar de vervolmaking daarvan.’

Dat verlangen schenkt de Heere in het hart van wie Hem liefheeft; om steeds meer op Hem te lijken. Genade schenkt vernieuwing van ons denken over God, over onszelf, over onze opdracht in de wereld. Het gaat niet langer om ‘ik’ maar om ‘Hem’.

Steven Middelkoop
Senior Jeugdwerkadviseur