Meer over Thema's

Steeds meer op Christus lijken

Ds. J. Joppe ontmoet geregeld jongeren die zich afvragen of zij werkelijk christen zijn. Voor hen schreef hij het boekje ‘Waarom een christen?’ De predikant stelt dat een christen op Christus gaat lijken. Hoe dan?

Wat maakt christen zijn ‘nu’ anders dan in eerdere eeuwen?
‘In vergelijking met eerdere eeuwen vormen de christenen in Nederland nu een minderheid. Steeds meer kerken komen door kerkverlating leeg te staan. Ze worden afgebroken of krijgen een andere bestemming. Ook zien we steeds meer dingen die herinneren aan Nederland als christelijk land verdwijnen. Denk alleen maar aan de winkelopenstelling op zondag. Veel meer dan voorheen moet worden uitgelegd wat we als christen geloven en waarom we op grond van de Bijbel dingen doen of juist niet doen. Voor veel Nederlanders is het leven van een christen de enige Bijbel die ze hebben.’

Wat betekent het om een christen (van Christus) te zijn?
‘Een christen is door het geloof een lidmaat van Christus. Wanneer je werkelijk een christen bent en geen naamchristen, ben je in geestelijke zin een lichaamslid van Christus, Die het hoofd is van dat lichaam. Dit beeld geeft de nauwe en innige band aan tussen Christus en een christen. Een christen gaat op Christus lijken. De vroegere kerkvader Cyprianus noemde een christen ‘een kleine Christus’. Lijken op Christus betekent dat onze ogen vol barmhartigheid gaan zien naar anderen, dat onze mond vriendelijke dingen spreekt, in plaats van hatelijke woorden, dat onze handen zegenen in plaats van andere te benadelen, dat onze voeten bereidwillig zijn in plaats van anderen in de weg te staan. Het maakt de werfkracht van de kerk uit, als christenen in hun leven het beeld van Christus vertonen. Iemand zei eens: ‘Ik heb één ding op de christenen tegen: niet dat ze christenen zijn, maar dat ze het niet zijn.’

Christen zijn we als profeet, priester en koning. Wat betekent dit concreet voor jongeren?
‘Als je door een waar geloof aan Christus verbonden bent, ga je als profeet Zijn Naam belijden. Je komt ervoor uit dat je bij Christus hoort, van Hem houdt en Hem gehoorzaamt. Daar schaam je je niet voor. Op school niet en op je werk niet. Je wilt mensen met die Naam in aanraking brengen, de grote betekenis van die Naam laten zien. Bovenal betekent het dat je het heil dat in die Naam gelegen is, aanprijst. In Mattheüs 10:32 verbindt de Heere Jezus daar een rijke belofte aan: ‘Een iegelijk dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.’

Bij dat profetisch ambt van een christen moeten onze daden wel in overeenstemming zijn met onze woorden. Paulus schrijft in 2 Timotheüs 2:19: ‘Een iegelijk die de Naam van Christus noemt – dus die Zijn Naam belijdt – sta af van ongerechtigheid.’, neemt afstand van allerlei zonde.

Als priester is een christen geroepen om offers te brengen. Geen offers van dieren, want het offer van Christus, waar al die zoenoffers op wezen, is voldoende. De Heere vraagt om een levend dankoffer, een aan Hem toegewijd leven. Dit wordt samengevat in dat prachtige lied dat tegelijk een gebed is: ‘Neem mij leven, laat het Heer’, toegewijd zijn aan Uw eer.’ In het boekje noem ik het voorbeeld van een jongen die niet meer kon kaarten. Hij zei tegen zijn vrienden dat hij voor dat kaartspel geen handen meer had. Zijn vrienden keken hem verbaasd aan: ‘Maar je hebt toch een paar goede handen aan je lijf?’ ‘Ja’, zei die jongen, ‘maar die handen zijn niet van mij, maar van God.’ Toen de kerk verbouwd werd, wilde hij zijn handen daar graag voor gebruiken.

Een christen moet ook als koning strijden. Tegen de duivel, tegen de zonde, tegen de wereld en ook tegen zichzelf. In die strijd hebben we de geestelijke wapenrusting, zoals die in Efeze 6 wordt genoemd, nodig. Het komt aan op volharding. Maar in Christus is een christen meer dan overwinnaar en zal hij straks in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regeren. Dan ben je nooit meer onderworpen aan de zonde, geen gevangene meer van de satan, maar met Christus koning, tot Gods eer!’

Wat beweegt u om jongeren hier onderwijs over te geven?
‘Ik ontmoet veel jongeren die zich afvragen of ze een echte christen zijn. In antwoord 32 van de Catechismus vinden we een spiegel. Op grond van de Bijbel wordt daar duidelijk uitgelegd wie nu een echte christen is. In mijn boekje heb ik geprobeerd om dit onderwijs uit het leerboek van de kerk met name voor onze jongeren begrijpelijk en met allerlei voorbeelden concreet te maken. Het boek is bedoeld voor persoonlijk gebruik, maar ook geschikt voor een (jonge) lidmatenkring of bijbelkring. Daarom komt in ieder van de acht hoofdstukken een bijbelgedeelte aan de orde en staan er aan het eind gespreksvragen. Het is mijn hartelijk wens en bede dat jongeren door Gods genade met mond en hart met antwoord 32 mogen instemmen en dat dit boek daarbij tot zegen mag zijn.’

Kerkblad 23 mei 2019, ds. J. Joppe