Meer over Thema's

Verdienen: het wordt (nooit) wat!

‘We hebben vaak de neiging om in de slachtofferrol te kruipen, alsof de zonde iets is wat mij tegen mijn wil mij overkomt.’ Ds. P. den Ouden vindt dat we eerlijk moeten zijn als het gaat om (ver)dienen. Een zondaar stijgt vanuit zichzelf nooit boven het zondaar-zijn uit. Toch kijkt de predikant verder: ‘Als er iets van Gods liefde in je hart leeft mag je, ondanks je ellendige zelfbedoelen en zelfzoeken, toch vrijmoedig zeggen dat het je verlangen is om oprecht Hem te dienen, ook door anderen te helpen.’

U bent hoofdspreker bij de jongerendag 16- over het thema (ver)dienen. Wat wilt u tieners meegeven?
‘Ik denk dat Mattheüs 20:28 voor mijn toespraak een goed uitgangspunt is: De Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen. Bij het dienen moeten we beginnen bij Christus. Zijn dienen gaat voorop. En levend uit Zijn dienen verlangen we om Hem en onze naaste te dienen. Het dienen van Christus ging zo ver dat Hij zijn leven gaf. Hij gaf alles. Om zondaren te redden van het eeuwige verderf. Als we persoonlijk iets van dat wonder kennen zal dat daaraan te merken zijn dat wij verlangen om oprecht de Heere te mogen dienen. En ook onze naaste. Dat laatste is de test voor het eerste.’

Genade kun je niet verdienen, maar je moet er toch wel iets voor doen?
‘Aan de ene kant hoef je er helemaal niets voor te doen. Anders zou genade geen genade meer zijn. Dus in zekere zin is niets makkelijker dan zalig worden. Het is voor 100% Gods werk. Laat je zaligen.  Tegelijkertijd moeten we ons voor 100% inzetten om zalig te worden. Wij moeten bidden, zoeken en kloppen. Wij hebben ons te bekeren. Luther zei: luie mensen worden niet zalig. In de Dordtse Leerregels 1.16 staat dat wij ijverig de middelen moeten gebruiken waardoor God beloofd heeft (!)  Zijn genade te schenken. En, zeggen ze verderop in 3.4.17, hoe ijveriger we zijn, des te meer hoop we mogen hebben. De Heere werk altijd langs de weg van het Woord en het gebed. En wie daar op Hem wacht, heeft de genadige belofte dat hij Hem zal ontmoeten.’

Ik verdien het om verloren te gaan, maar eigenlijk had ik toch geen keus. Is dat wel eerlijk?
‘We moeten goed onthouden dat onze verlorenheid en zondigheid geen lot is, maar een keuze. We hebben vaak de neiging om in de slachtofferrol te kruipen, alsof de zonde iets is wat mij tegen mijn wil mij overkomt. Ik ben echter geen slachtoffer maar dader. Ik ben niet zielig, maar schuldig. Het zit zo diep in ons om net als Adam onszelf te verdedigen en de schuld van ons af te schuiven. Onze mond in protest open te doen tegen God. Wat heeft de Heere er een werk aan om ons eerlijk maken tegenover Hem en tegenover onszelf. Om niet langer Hem aan te klagen, maar onszelf aan te klagen. Te erkennen:  ik heb gezondigd. Niet langer protesteren, maar God gelijk gaan geven en zwijgen.‘Opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij’, Rom. 3:19. ‘Kijk’, zegt God dan, ‘nu ben je eerlijk. En laat het dan nu verder maar aan Mij over.’ Eerlijke mensen heeft Hij nooit weggedaan. Want dan volgt vers 24: En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.’

Als ik iemand anders help omdat de Heere dat vraagt, doe ik het dan eigenlijk toch niet om er iets mee te verdienen?
‘Kijk uit dat je niet te veel nadenkt over jezelf en je motieven. Natuurlijk is het zelfonderzoek goed, nuttig en nodig. Het is zelfs geboden:‘maar de mens beproeve zichzelf...’Sla het niet over, anders word je gevaarlijk oppervlakkig. Maar je moet er niet eindeloos mee door blijven gaan. Dat is even gevaarlijk. En onvruchtbaar. Stel je voor dat je als je verkering hebt steeds zou denken: ‘Heb ik die ander wel echt lief? Of doe ik het alleen maar om er uiteindelijk zelf beter van te worden? Uiteindelijk ben ik toch een egoïst en houd ik het meest van mijzelf?’ Het zou je verkrampen in je relatie. Zo’n verkering houdt waarschijnlijk geen stand.

Al mijn doen en denken is met zelfbedoelen en zonde vermengd. Laat dat ons diep voor God verootmoedigen. Maar ga daar dan mee naar Christus en belijd het Hem. En bid dan met die ‘onoprechte’ David mee: Laat mijn hart oprecht zijn, Ps. 119:80.

De duivel wil graag dat we eindeloos blijven staren op onze zonden en verdorvenheid. Dat maakt moedeloos en krachteloos. De Israëlieten die door de giftige slangen waren gebeten werden niet beter door op die dodelijke wonden te blijven zien. Maar ze moesten zien op de koperen slang. Op Christus!

Als er iets van Zijn liefde in je hart leeft mag je, ondanks je ellendige zelfbedoelen en zelfzoeken, toch vrijmoedig zeggen dat het je verlangen is om oprecht Hem te dienen, ook door anderen te helpen. Petrus was zichzelf wel op een diep beschamende wijze tegengekomen. Hij heeft bitter geweend. En toch kon en wilde hij niets anders zeggen dan: Heere, Gij weet alle dingen; Gij weet dat ik U lief heb.’

ds. P. den Ouden, Kerkblad 14 februari 2019