Meer over Bijbelstudie

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop

Een verhaal van de Schotse predikant Ds. Mackenzie (1754-1819). Op een zondag preekte hij in de oude St. Nicolaaskerk in Aberdeen over de tekst ‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop…’ (Openb.3:20). Hij vertelde hierbij een geschiedenis van een jonge Schotse prinses:

Ter gelegenheid van de 21e verjaardag van de Schotse prinses, laat haar vader een feest organiseren. Alle rijke jongemannen worden uitgenodigd voor het feest dat een week zal duren. ‘En, dochter,’ zegt haar vader, ‘ik wil dat je in die week je hand aan één van de jongemannen zal geven om met hem te gaan trouwen.’

Op de eerste dag van het feest wordt er op de deur geklopt. Op de achterdeur van de hoftuin. Eén van de dienstknechten gaat kijken en ziet een bedelaar met krukken staan. ‘Mag ik alstublieft de prinses spreken? Het is dringend!’ Maar de dienstknecht zegt dat dit onmogelijk is en doet de deur voor de bedelaar dicht.

De bedelaar pakt zijn krukken. Hij slaat er zo hard mee op de deur, dat het geluid binnen in het kasteel gehoord wordt. Ook de prinses hoort het gebons. ‘Wat is er toch aan de hand?’ ‘Het is een bedelaar, hij wil u spreken. Maar er is al gezegd dat dat niet mogelijk is.’

 ‘Ik zal eens gaan kijken’. De prinses doet de deur van de hoftuin open. Inderdaad, de bedelaar staat daar nog steeds. Hij buigt zich voor de prinses. ‘Ik ben gekomen om u ten huwelijk te vragen.’ Een ogenblik is het helemaal stil. De prinses kijkt de bedelaar diep in de ogen. ‘Dat is goed. Hier is mijn hand.’ ‘En wanneer zal ons huwelijk gesloten worden?’ ‘Vandaag precies over een jaar.’ Daarna verdwijnt de bedelaar. De dienstknechten en dienstmeisjes die de prinses naar de hoftuin gevolgd waren amuseren zich kostelijk over de woorden van de prinses.

Tijdens de feestweek wordt de prinses door veel rijke en edele jongemannen ten huwelijk gevraagd. Maar elk verzoek van een lord, prins, graaf of wat dan ook wordt afgewezen. ‘Nee, want ik heb mijn hand en mijn hart al aan iemand anders gegeven.’ De vader van de prinses hoort wat er gebeurd is. ‘Klopt dit? Heb jij je hand aan een bedelaar gegeven?’‘Ja vader,’ zegt de prinses beslist, ‘en dat wil ik niet meer veranderen. Alles zal in orde komen.’ Wat vader ook probeert, hij kan haar niet van de gedachten afbrengen. Weken en maanden gaan voorbij. Er worden geen voorbereidingen getroffen voor een bruiloft. De kasteelheer heeft besloten dat zijn dochter niet met een bedelaar mag trouwen. Daar gaat hij niet aan meewerken.

Precies een jaar na het wonderlijke gebeuren rijdt er een grote stoet de laan van het kasteel op. Een grote groep ridders, op prachtig versierde paarden. Daaromheen veel mensen te voet en feestelijke muziek. Voorop rijdt een koninklijk figuur. Bij de trappen van het kasteel staat de stoet stil. De koninklijke persoon springt van zijn paard en neemt bij de deur van het kasteel de prinses in zijn armen.

‘Kijk nu,’ roepen de mensen, ‘het is de zoon van de koning!!’

Ja, het was de kroonprins. Hij had zich twaalf maanden geleden als bedelaar verkleed en om de hand van de prinses gevraagd. Niemand had hem herkend, behalve de prinses. Ondanks zijn krukken en lompen had zij in hem de zoon van de koning herkend.

Dominee Mackenzie herhaalt de woorden in de Bijbel: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop!

De preek daarna over deze tekst heeft God die avond gebruikt en is voor zo’n 600 mensen het middel tot bekering geweest.

Een paar gedachten hierbij voor jou als leidinggevende:

Het verhaal past bijvoorbeeld bij een thema over:
- het komen tot Christus,
- de nodiging tot het heil,
- deze beantwoorden of afwijzen
- de ernst van het afwijzen van Christus
- Jezus Christus werd op aarde ook veracht. (Jes. 53:3,4)

Wie staat er vanavond aan de deur van jouw hart en klopt om binnengelaten te worden?

Hier zie je Zijn lankmoedigheid / geduld tegenover halsstarrigen die Zijn lokroep steeds weer naast zich neerleggen. Denk ook aan de tekst uit Hooglied 5. De bruidegom staat voor de deur, maar de bruid wil de moeite niet nemen om open te doen. Als ze dit uiteindelijk toch doet, is de bruidegom al weg. Hoe lang laat jij de Heere staan en kloppen?

Jezus Christus zoekt toegang tot jouw hart en leven.