Bemoediging voor deze week
Laat je bemoedigen vanuit het Woord van God.
Ons vertrouwen en onze hoop liggen niet in de beloften, maar in Hem Die de beloften gaf. (Corrie ten Boom)
Wat is jouw houding tegenover slavernij?
Vorige week was het Ketikoti; een gedenkmoment van de afschaffing van de slavernij. ‘We verbreken de ketenen’, maar wat wil de HEERE ons daarover leren?
De berichten die je hier leest zijn niet alleen bedoeld om zelf bemoedigd te worden, maar ook om er anderen mee te bemoedigen. Slavernij is een kwalijke zaak, die eeuwen geleden heel erg ‘gewoon’ was. Een van de weinige Hollandse predikers die daartegen preekte, was Bernardus Smytegelt (1665-1739) uit Middelburg. Hij preekte fel tegen de handelaren en regenten van de stad, die zich schuldig maakten aan deze mensenhandel. Slavernij vond hij “een grove en verschrikkelijke zonde” tegen het achtste gebod: Gij zult niet stelen. Denk daar maar eens over na!
Jesaja moest ook preken tegen zijn volk dat zich schuldig maakte aan onderdrukking en slavernij. Aan de buitenkant was men heel vroom bezig om God te behagen… Men was stipt in het vasten. Maar de HEERE zei: ‘Wat moet dat vasten voorstellen? Moet dát Mij behagen, terwijl je mensen uitbuit?’
Zie je dat uitwendige godsdienst de liefde tot God mist?! Check eens waarom je naar de kerk gaat, Bijbelleest en bidt…
Opdracht: Vind jij ook, net als dominee Smytegelt, dat slavernij zonde is. Kijk eens of slavernij vandaag een andere vorm heeft en vraag je af: kun jij daar iets aan doen? Denk bijvoorbeeld aan prostitutie-slavernij. Hebben slachtoffers van mensenhandel een plaats in je gebeden, je giften?
Verdiep je in organisaties die hulp bieden aan deze slachtoffers en kijk of jij iets bemoedigends voor kunt doorgeven. Ketikoti betekent niet dat er geen slavernij meer is in Nederland!
Leo de Kluijver
Hij ziet...
Daar lig je dan. In een bed. Niemand mag erbij. Achter het raam schuift verpleging. Maar je ligt er alleen...Zoiets gebeurt in Bethesda, alleen dan erger. Geen medische zorg, geen zicht op genezing voor die ene man. Een jaar verstrijkt, twee, drie, tien, 20, 30, 38 jaar. Je gelooft toch zeker zelf niet meer dat je genezen zal. Het verlangen ebt weg.
Jezus zoekt hem op. Hij, het Lam van God, weet als geen ander dat daar iemand ligt die al 38 jaar wacht op genezing. Wil je genezen worden? Hij roept het verlangen wakker. Ja, Heere, maar ik heb niemand.
Zo kan het zijn in jouw leven. Je wilt van alles. Iedereen trekt van alle kanten aan je, zo lijkt. Wat is de goede weg? Wie ziet je tussen je vrienden? Wie? Jezus ziet die man liggen. Tussen de andere zieken. Hij gaat door de zalen en ziet uitgerekend die man, die al 38 jaar ligt. Zou hij dan jou niet zien?
Hij kan je gezond maken van al je geestelijke ziekte. Van al je onvolmaaktheid. Hij verlost je van kettingen van zonde. Hij heeft de duivel verslagen. Wat verwacht je van anderen? Verwacht het van de Zaligmaker. Hij kijkt je aan. En één blik van Hem in je hart maakt je gezond!
Ewald
Waar God werkt, wordt de duivel actief.
Herken je dat?
In de vroege kerk werd de duivel ‘simia Dei’ genoemd, ‘aap van God’. Hij kan niets nieuws scheppen, maar alleen nadoen of Gods werk verdraaien. Lees maar eens hoe hij dat doet bij de verzoeking van Jezus, in Mattheüs 4.
Jezus strijdt 4x met de woorden ‘Er is geschreven…’. Gods Woord is het zwaard van de Geest. Maar dit kun je alleen gebruiken als je er vertrouwd mee bent.
Wees op je hoede na goede en bijzondere momenten met God. De duivel komt erop af. Net als kapers afkomen op een schip met kostbare lading.
Satan werkt vaak heel subtiel. Hij wil twijfel zaaien, laat ‘ja-maars’ opkomen, geeft drukte, komt met verleiding en misleiding. Hij wil je pakken op je zwakste punt.
Daarom: Blijf alert! Herken zijn tactieken. Maar weet: Met en door Christus ben je beschermd. Houd vast aan Zijn Woord!
Marleen
“The sands of time are sinking…” Misschien heb je dat bekende Engelse lied weleens gehoord. Het lied is geschreven door Anne Ross Cousin, maar de inhoud komt grotendeels uit de brieven van Samuel Rutherford, een Schotse predikant uit de zeventiende eeuw.
Rutherford kende veel moeite in zijn leven. Zijn vrouw en kinderen stierven. Hij werd vanwege zijn prediking verbannen naar Aberdeen en mocht niet meer preken. Toch zijn Samuels brieven en dit lied niet vol bitterheid of wanhoop.
Zoals een zandloper leegloopt, zo gaat ons leven voorbij. Alles van deze wereld vergaat. Misschien ben je druk met school, werk, vrienden of toekomstplannen. Maar de vraag is: leef je alleen voor dit tijdelijke leven? Of zoek je de toekomende stad?
Rutherford had veel reden om moedeloos te worden. Maar juist in het lijden werd Christus hem dierbaar. Hij schreef zelfs dat hij liever met Christus in de gevangenis was, dan zonder Hem in een paleis. Zijn laatste woorden zouden zijn geweest: “Glory, glory dwelleth in Immanuel’s Land.”
Wat een getuigenis. Alleen door het geloof in Christus heeft je leven perspectief. Dan wordt het waar: wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.
Herken jij iets van dat verlangen? Ken je Christus? Heb je Hem lief gekregen omdat Hij jou eerst liefhad? Want wie Hem kent, die verlangt nu al naar Hem en zal straks werkelijk thuiskomen in Immanuels land.
Reinier
De spanning is om te snijden in de zaal van de paasmaaltijd. De ego’s van de discipelen zijn te groot om zich te verlagen tot de slaventaak van het voetenwassen. Nee hoor, ik ga dat echt niet doen.
Maar dan staat Jezus op, Hij is gekomen om te dienen. Ongekend wat hier gebeurt. Als ik geconfronteerd wordt met zulke liefde, dan ga ik mijzelf schamen voor mijn eigen houding.
Daarom geeft de Heere Jezus dit praktijkonderwijs. En de opdracht die we krijgen: volg Mijn voorbeeld na (vers 15). En de belofte die erbij hoort: Zalig zijt gij, zo gij dezelve doet (vers 17).
Aan de maaltijd wordt het stil,
als de meester knielen wil,
en vol liefde als een knecht,
elk apart de voeten wast en zegt:
Dit is wat Ik wil dat jullie doen,
dit is waarom Ik bij jullie neerkniel,
Dit is hoe mijn kerk behoort te zijn,
dit is wat de wereld ziet van Mij
Als je Mij gaat volgen
Hoe ga jij vandaag of morgen de voeten van je naaste wassen?
Wim