1 Petrus 4 | Het leven is mij Christus en het sterven winst
William Wilberforce, een bekende christen uit Engeland in de 18e eeuw heeft zich tijdens zijn leven sterk gemaakt voor de afschaffing van de slavernij en de verbetering van de sociale omstandigheden van de armen. Van hem is de uitspraak: ‘Er is na mijn bekering geen uur geweest, waarin ik mij niet bewust ben geweest van het feit dat Jezus terugkomt.’
Bijbelgedeelte
Lees met elkaar: 1 Petrus 4.
Zingen
Zing met elkaar enkele van deze psalmen of liederen:
Psalm 56:1 en 4, Psalm 118:8 en 9 en Psalm 130:3 en 4.
Lied 104: Jezus, leven van mijn leven, lied 133: Neem mijn leven, laat het Heer' en lied 188: Wie zijn het die daar komen
Startopdracht
Doel: Inleven in wat het betekent om als christen vervolgd te worden.
Nodig: Toegang tot internet of de beschikbaarheid van een verhaal over een vervolgde christen.
Instructie: Bekijk een filmpje of lees met elkaar een verhaal, waarin een vervolgde christen zijn verhaal vertelt. Op de site van de SDOK staan onder de knop ‘verhalen en nieuws’ goede voorbeelden van. Er zijn ook andere voorbeelden te vinden. Je moet wel bij de voorbereiding van de JV-avond een keuze maken.
Na deze avond...
Weet je: dat het lijden van Christus gevolgen heeft voor het hele leven van een christen.
Besef je: dat het lijden van een christen leidt tot heerlijkheid.
Kun je: nog beter meeleven en meelijden met christenen, die vervolging en onderdrukking kennen.
Kerntekst
1 Petrus 4 vers 19: ‘Zo dan ook die lijden naar den wil Gods, zo zij hun zielen Hem als den getrouwe Schepper bevelen met weldoen’
Leven uit Christus midden in de wereld
Het lijden van de Heere Jezus heeft een doel: het overwinnen van de zonde en de dood. Petrus roept de christenen ertoe op om vanuit die gedachte te leven. Ja, je moet je zelfs wapenen met die gedachte. Als Christus werkelijk voor ons geleden heeft, dan wil je niet meer vasthouden aan de zonde, maar wil je leven zoals de Heere dat van je wil. Dat gaat niet uit zichzelf, niet voor niets gebruikt Petrus het woord ‘wapenen’. Als je werkelijk christen bent, is je leven radicaal veranderd. Dat wil zeggen: de wortel is anders geworden. Maar de zonde ligt telkens op de loer en daarom is er strijd. Petrus zegt dat er in die strijd een wapen is: terugdenken aan het lijden van de Heere Jezus. Besef wat Hem de strijd tegen de zonde gekost heeft.
Dan heb je genoeg van je oude leven, waarin het alleen maar ging om de begeerten, om de wortel van alle zonden (zie vers 3). Je kunt niet meer meedoen met je oude vrienden. Dat leidt tot reacties: ‘Hé doe niet zo vreemd, doe met ons mee. Geniet van dit leven’. Als je dat niet doet, leidt dat tot schelden en lasteren. Petrus zegt dan in vers 5 als troost: denk eraan: het gaat ten diepste niet om haat tegen jou, maar om haat tegen de Heere en Zijn Gezalfde. Daarover moeten de vijanden rekenschap geven, verantwoording afleggen aan de Heere, want Hij komt om te oordelen.
Vers 6 is een moeilijk te begrijpen vers, daarom hier even apart aandacht ervoor. Het staat ook wat los van de lijn van het hoofdstuk. Eventueel kun je dit stukje ook overslaan. Verschillende uitleggers denken er verschillend over. De eerste uitleg sluit aan bij 1 Petrus 3 vers 19 en 20. Noach heeft in naam van Christus de ongelovigen in zijn tijd gewezen op de mogelijkheid tot behoud, die er in de ark te vinden was. Maar de tijdgenoten van Noach volhardden in hun ongeloof. Deze uitleg kom je tegen in de kanttekeningen van de Statenvertaling. Het laatste stukje van vers 6 is in deze uitleg moeilijk te verklaren. De kanttekeningen zeggen dat het mogelijk is, dat een aantal mensen zich vlak voor hun sterven, bekeerd hebben.
Juist vanwege het laatste stukje van vers 6 wordt soms voor een andere uitleg gekozen. Die uitleg vind je bijvoorbeeld in de Bijbel met Uitleg. De doden in vers 6 zijn de gelovigen, die al gestorven zijn. Zij werden door hun vroege vrienden veroordeeld, omdat deze niet meer meededen met de zonden. Net zomin als de christenen, waaraan Petrus nu schrijft, dat doen. Die gelovigen werden door de ongelovigen veroordeeld, maar juist door dat geloof, hebben ze van God het eeuwige leven ontvangen. Christus leeft en wij met Hem. Dat is de kracht van Zijn lijden (vers 1) en Zijn opstanding. In de lijn van dit hoofdstuk is deze uitleg beter te begrijpen.
Gespreksvragen
- Lees 1 Petrus 4 vers 1 nog een keer goed door en schrijf dit vers voor jezelf in je eigen woorden op.
- Bespreek de antwoorden van vraag 1 met elkaar en kom met elkaar tot een gezamenlijke omschrijving.
- In dit vers zegt Petrus dat er overeenkomsten zijn tussen het lijden van Christus en het lijden van een christen. Toch mag je ook zeggen dat het lijden van Christus uniek is. Welke overeenkomsten kun je noemen tussen het lijden van Christus en het lijden van een christen?
- Wat is het belangrijkste verschil tussen het lijden van Christus en het lijden van een christen?
- Ongelovigen vinden de manier van leven van christenen vaak vreemd (vers 4). In welk vers vind je diepste reden waarom het leven van een christen anders is?
- Op welke manier(en) blijkt het ‘vreemde’ leven van een christen? Noem zaken, die in 1 Petrus 4 genoemd worden, en vul ze eventueel aan met andere dingen.
- Hoe is dat in jouw leven? Denk bij je antwoord zowel aan de uiterlijke zaken (zie vraag 6) als aan de diepste reden (zie vraag 5).
Leven als een christen
Vanuit het perspectief van de laatste dag mag gezegd worden: het einde van alle dingen is nabij. Het einde van de wereld is niet af te meten aan de nieuwsfeiten, maar aan de heilsfeiten. Na Pinksteren komt er nog maar één heilsfeit: de wederkomst van de Heere Jezus. Voor het woordje ‘einde’ gebruikt Petrus het woord ‘telos’. Dat woord mag ook vertaald worden met ‘doel’.
Met het oog op de wederkomst zegt Petrus hoe de christenen zich met en onder elkaar moeten gedragen. Als je leeft in de verwachting van de wederkomst, wordt dat concreet in je levensstijl, zegt Petrus: nuchter, wakend en biddend. Het is of Petrus zegt: wees nuchter, laat je niet beïnvloeden door al die reacties van de ongelovigen, maar richt je op het einddoel: de zaligheid. De woorden doen sterk denken aan de woorden van de Heere Jezus in de hof van Gethsemané: ‘Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt’ (Mattheüs 26 vers 41). In heel Zijn lijden hield de Heere Jezus het einddoel in het oog. Daarnaast roept Petrus op tot onderlinge liefde, vurige liefde zelfs. Liefde is het die een menigte van zonden bedekt. Zoals de liefde van God in Christus mijn zonden bedekt, zo mag mijn liefde de zonden van anderen bedekken. Liefde opent harten, maar ook deuren. Daarom zegt Petrus ‘Weest herbergzaam tegenover elkaar’. Ook als dat even niet zo goed uitkomt. Je bent moe of hebt het financieel niet ruim en dan wordt er een beroep op je gedaan. Toch maar gastvrij zijn, zegt Petrus.
Gebruik de gaven die je ontvangen hebt, deel ze uit, want je hebt ze niet ontvangen om ze voor jezelf te houden. De gaven worden uitgesplitst in twee zaken: ‘indien iemand spreekt’ en ‘indien iemand dient’. De Heere kan je de gave van het woord geven, maar het kan ook zijn dat je de gave van de daad ontvangen hebt. In beide gevallen gaat het om wat God geeft. Het komt niet van jezelf. Die gave is tegelijk een opgave, om het door te geven aan anderen. Als je zo met je gaven omgaat, gaat het niet om je eigen eer, maar zal God geprezen worden.
Gespreksvragen
Een zendingspredikant, die in Zuid-Amerika en op Cuba werkte schreef in 2017: ‘Ik gaf er les aan zo’n twintig studenten. Om half zeven ’s ochtends was er een bidstond en gingen we allemaal op de knieën. Zelden heb ik zo intens horen bidden als op Cuba. Mensen kennen er minder vrijheid dan wij, zijn vaak arm en de gemeente is klein. Hun gebed was om volharding, om liefde voor de naaste, om werfkracht … Voor jonge christenen in deze gemeenten ligt het accent op de heiliging van het leven. Ze komen uit het heidendom, uit een leven zonder God. Hun vraag is hoe het nieuwe leven gestalte krijgt. God heeft zeggenschap over huwelijk, seksualiteit, de zondagsviering, over hoe eerlijk of corrupt we zijn’. Lees 1 Petrus vers 1 t/m 11 nog een keer.
- Welke verzen uit dit gedeelte komen in de beschrijving van de predikant terug? Noem tenminste 3 teksten of tekstgedeelten.
Lijden met Christus
‘Geliefden’ zo begint Petrus vers 12. Hij is bewogen met de christenen, die verdrukking lijden. Tegelijk zegt hij dat ze daar niet verbaasd over moeten zijn. Het is niet iets vreemd. Ze mogen deel hebben aan het lijden van Christus. ‘Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen’ (Johannes 15 vers 20). Die eenheid met Christus in het lijden brengt vreugde: je mag Zijn voetstappen drukken. Daarom zegt Petrus ‘Indien gij gesmaad wordt om de Naam van Christus, zo zijt gij zalig’. Als de ongelovigen je dit aandoen, dan lasteren ze de Naam van de Heere, maar in het lijden van de gelovigen, wordt de Heere verheerlijkt. In 1527 werd Wendelmoet Claesdochter op de brandstapel gebracht. Zelfs de beul was onder de indruk van haar rotsvaste geloof. Hij zei tegen haar: ‘Moeder, blijf bij God en laat u van God niet trekken.’ Op deze manier mocht zij God verheerlijken.
Bij dit alles voegt Petrus in vers 15 wel een waarschuwing: pas op, laat het lijden zijn om en voor de Naam van Christus, en niet lijden vanwege je eigen gedrag. Zo gemakkelijk ligt de zonde op de loer en wordt de naam van de Heere oneer aangedaan.
In de laatste verzen maakt Petrus duidelijk dat het lijden om de naam van de Heere Jezus ook nog op een andere manier gezien moet worden. Het oordeel van de Heere is al begonnen en wel bij ‘het huis Gods’, dat wil zeggen bij de gemeente. Door het lijden heen wil God de kerk zuiveren. In Hebreeën 12 vers 10 staat de Heere ‘kastijd ons tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid deelachtig worden’. De gelovige wordt zalig, dwars door lijden en moeilijkheden heen, maar – wat een troost - die zaligheid ligt wel vast. Weet je dat al? Petrus eindigt met de gelovigen nogmaals te wijzen op de Heere: leg alles in handen van Hem, zoals ook de Heere Jezus deed: ‘Mijn Vader, in uw handen beveel Ik Mijn Geest’. Als je dat mag kennen, hoef je zelf niets van deze wereld krampachtig vast te houden, maar heb jij je handen vrij om goed te doen aan anderen en zal de Naam van de Heere verheerlijkt worden door jouw lijden en door jouw daden.
Gespreksvragen
Citaat: ‘Een dominee bekende eind vorig jaar zijn zoon tien jaar lang seksueel te hebben misbruikt. De kerkenraad van de gemeente schorste de predikant daarop voor drie maanden. In die tijd deed de raad onderzoek. Hieruit is gebleken dat de dominee een ‘openbare grove zonde’ heeft begaan. En dus is de schorsing nu definitief. ‘Ja, ze moeten de christenen weer eens hebben...’ is de reactie op een christelijk forum op internet.’
- In vers 14 en 15 worden twee redenen genoemd waarom een christen kan lijden. Leg uit dat de reactie op het forum beide redenen door elkaar haalt.
- Op welke manier kan de genoemde zonde aanleiding zijn om negatief over de Heere te spreken?
- Uit vers 17 en 18 blijkt dat het oordeel zowel over de gelovigen (het huis Gods) komt als over de ongelovigen. Wat is het verschil tussen het oordeel dat over de gelovigen komt en het oordeel dat over de ongelovigen komt?
- Guido de Brés schrijft in de Nederlandse Geloofsbelijdenis aan het eind van artikel 37: ‘Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onze Heere’. Op welke manier past deze zin bij 1 Petrus 4?
- Hoe denk jij aan de oordeelsdag?
Stelling
‘Zonder lijden kun je geen christen zijn’.
Bidden
Suggesties om voor te bidden vanuit het Bijbelgedeelte of thema:
- Voor christenen, die vervolgd worden.
- Dat jij en andere christenen op het beeld van Christus mogen gaan lijken en dat ook aan anderen laten zien.
Slotopdracht
In dit hoofdstuk kwam naar voren dat een christen lijkt op Christus (gelijkvormig). Toch is een christen niet gelijk aan Christus. Dat proberen we in de slotopdracht duidelijk te maken.
Neem een voorbeeld (een mooie tekening, een beeldje van hout of klei) en laat dat namaken. (Bij de tekening natekenen, bij een beeldje van hout of klei kan het in klei of in hout nagemaakt worden.)
Bespreek na afloop de vraag of het resultaat precies gelijk is aan het origineel: wat zijn overeenkomsten en verschillen? Trek vervolgens lijnen naar het besproken hoofdstuk.
Uit de belijdenisgeschriften
Uit de Heidelbergse catechismus:
Zondag 23, vraag en antwoord 60
Uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis: