1 Petrus 3 | Wandelen in heiligheid
Volgeling zijn van Jezus Christus, dat is niet zo moeilijk. Of toch wel? Als het makkelijk gaat in je leven lijkt het misschien een peulenschilletje. Als het je voor de wind gaat, dan lukt het wel. Maar wat als het tegenzit? Als er lijden en tegenspoed op het pad van je leven komt?
In het eerste hoofdstuk van deze brief schrijft Petrus dat de gelovigen moed mogen houden. Er kunnen moeilijke dingen zijn, maar er wacht een heerlijke toekomst in de hemel bij God. Daarom moeten de gelovigen, ook nu ze nog op aarde zijn, heilig leven. In het tweede hoofdstuk schrijft Petrus dat je alleen heilig kunt leven als je in de Heere Jezus gelooft. Een christelijk leven betekent niet dat alles vanzelf gaat. Er kan ook lijden komen. Maar kinderen van de Heere mogen de Heere geen dag vergeten. Ze horen te leven zoals de Heere Jezus Zelf leefde.
In 1 Petrus 3 gaat Petrus hier verder op door. Hoe leef je dan als christen te midden van een wereld die God niet kent? In je relatie, ten opzichte van andere christenen en hoe vertel je aan anderen wie God voor je is? Net als nu worstelden ook die christenen lang geleden leefden met deze vragen. In deze Bijbelstudie wijst Petrus ons de weg: Jezus volgen, altijd en overal.
Bijbelgedeelte
Lees met elkaar: 1 Petrus 3.
Zingen
Zing met elkaar enkele van deze psalmen of liederen:
Psalm 9:1, 11 en 14, Psalm 119:7 en 8en Psalm 128:1 en 2.
Lied 117: Heer', Leer mij Uw weg, o Heer en lied 132: Maak ons tot een stralend licht
Startopdracht
Doel: Jongeren laten nadenken over de vraag: hoe leg ik een aan een ander uit wat ik geloof?
Nodig: Post-Its voor iedereen en toegang tot internet;
Instructie: Het kan je zomaar gebeuren, opeens krijg je die vraag: joh, wat geloof jij nou eigenlijk? Wat zeg je dan? En wat zeg je niet? En maakt het nog uit wie die vraag stelt? Of hoe je zelf het geloof ervaart of niet ervaart? Bekijk samen het filmpje ‘Apologetiek – geloven... als verpleegkundige’ via de link hieronder (Let op: het geluid is niet altijd heel best, het filmpje is buiten opgenomen. Bekijk het filmpje tot 4:35).
In het filmpje gaat het over de vraag ‘Wie Jezus is’, maar misschien zijn er nog andere dingen die je wilt delen als je uitlegt aan een ander wat je gelooft. Daar gaan we over nadenken in deze startopdracht.
- Schrijf op het briefje wat je zou willen delen van het christendom als je maar een minuut tijd hebt.
- Maak groepen van vier en maak binnen dat groepje twee tweetallen. Een tweetal voert het gesprek, het andere tweetal kijkt mee en geeft input bij het nabespreken. Zij houden ook de tijd bij.
- Het eerste tweetal voert een gesprek. Je mag zelf bepalen met wie: een vriendelijke maar onchristelijke collega, een buurman, iemand in de trein. Een van het tweetal speelt de gekozen persoon en vraagt wat het geloof van de ander inhoudt. Het tweede lid van het tweetal vertelt aan de hand van de steekwoorden in 1 minuut wat het geloof betekent (het andere tweetal houdt de tijd bij).
- Na 1 minuut stopt het gesprek en kijkt iedereen terug op het gesprek. Dat kan met behulp van onderstaande vragen: Hoe vond het tweetal dat in gesprek was het zelf gaan? Wat ging er goed? Wat zou je een volgende keer anders doen?
- Hierna kunnen ook de andere groepsleden om beurten het gesprek voeren. Bespreek ook daarbij na afloop samen hoe het ging. Je kunt daarvoor de vragen bij 4 gebruiken.
Na deze avond...
Weet je: welk gedrag hoort en niet hoort bij een godvruchtig leven in navolging van Christus.
Besef je: dat bij een leven met Christus ook een leven hoort dat lijkt op Zijn leven.
Kun je: aan iemand die geen christen is de kern van het christelijk geloof uitleggen.
Kerntekst
1 Petrus 3 vers 15: ‘Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.’
Geef rekenschap van de hoop
1 Petrus 3 bestaat uit verschillende delen. Petrus begint met de beschrijving van de rol van christelijke, getrouwde vrouwen (vers 1-6) en de rol van christelijke, getrouwde mannen (vers 7), een soort snelcursus over het christelijke huwelijksleven. Daarna zoomt Petrus in op christelijk gedrag in het algemeen (vers 8-17). Aan het slot van het hoofdstuk volgen een aantal lastige verzen over de doop en het lijden en de opstanding van Christus (vers 18-22). In deze Bijbelstudie beginnen we met de kerntekst van dit hoofdstuk: vers 15. Dit is het meest geciteerde en wellicht ook het bekendste vers van dit hoofdstuk. Van daaruit onderzoeken we wat christelijk leven kenmerkt (vers 8-17) en wat de rol is van christelijke mannen en vrouwen in het huwelijk (vers 1-7). Het laatste deel van de Bijbelstudie gaat over vers 18-22.
1 Petrus 3:15 is een belangrijke tekst in de christelijke apologetiek. Apologetiek is een onderdeel van de theologie en gaat over hoe je het geloof uitlegt aan andersdenkenden. Het woord apologetiek komt van apologeia, een Grieks woord dat ‘verdediging’ betekent. Het gaat dus ook om het verdedigen van het christelijk geloof. Petrus noemt dat ‘bereid zijn tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist’. Als je dus bevraagd wordt op wat je gelooft (‘rekenschap afeist’), moet je bereid zijn om uit te leggen wat je gelooft (‘verantwoording’). En dat niet alleen af en toe, Petrus benoemt dat je hier altijd toe bereid moet zijn.
Gespreksvragen
- Welke hoop bedoelt Petrus in dit vers?
- Hoe zie je deze hoop terug in je eigen leven?
- Wat betekent ‘met zachtmoedigheid en vreze’?
- Wat heb jij nodig om verantwoording te kunnen geven van de hoop die in je is?
Desnoods met woorden
Er wordt wel eens gezegd: evangeliseren doe je desnoods met woorden. Daarmee wordt bedoeld dat je vaak meer van het goede nieuws van het Evangelie kunt laten zien met je daden en je gedrag dan met je woorden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je nooit met woorden iets van het Evangelie kunt delen. Dat bleek al wel uit vers 15 waar we eerder over nagedacht hebben. Petrus roept je zelfs ertoe op om altijd bereid te zijn om uit te leggen wat je gelooft als iemand daar om vraagt. De andere kant is natuurlijk wel dat wat je zegt niet in tegenspraak moet zijn met wat je doet. Daarom roept Petrus in het volgende vers er ook toe op om ervoor te zorgen dat je als christen een ‘goed geweten’ hebt (vers 16). Je eigen hart kan je dan niet beschuldigen van verkeerdheid en zonde, maar ook ‘buitenstaanders’ kunnen dan niet ‘kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners’ of ‘uw goeden wandel in Christus lasteren’ (vers 16). Als je geen kwaad doet, is het ook niet redelijk om je van kwaad te beschuldigen.
Hoe zo'n goede wandel in Christus eruitziet, heeft Petrus eerder in dit gedeelte op een rijtje gezet. Hij roept op tot vrede en verdraagzaamheid. Zo moeten gemeenteleden die Christus kennen met elkaar omgaan. Ze horen voor elkaar te zorgen, met goede bedoelingen en bewogenheid naar elkaar om te kijken. Christenen hebben ook de roeping om niet te liegen. En het is niet goed om kwaad met kwaad te vergelden. Als iemand jou uitscheldt, hoor je niet terug te schelden. Wie jou bedreigt, hoef jij niet zelf opnieuw te bedreigen, want zo deed Christus ook niet. Wie je kwaad doet, moet je vanuit je hart juist het goede toewensen. Een mooi en goed leven, zo bedoelt de apostel, is een leven met een goed geweten. Zonder lelijk te spreken over een ander. Zonder te liegen of slechte dingen te doen. Een christen mag goed doen aan anderen en hun vrede zoeken. Ook al kost dat moeite en inspanning. God zal voor hem zorgen!
Gespreksvragen
- Maak een lijstje met wat er in dit gedeelte wordt genoemd als kenmerk van ‘een wandel in Christus’ (vers 8-17).
- Waarin zou je meer willen lijken op de christenen die Petrus hier beschrijft?
- Welke beloften vind je terug in dit Bijbelgedeelte? Zet ze op een rijtje.
- Wat neem je daaruit mee voor je eigen leven?
Als man en als vrouw
Er waren in de gemeenten vrouwen van heidense mannen die tot geloof in Christus gekomen waren. En dat was oppassen, want in de Romeinse cultuur was het een schande als de vrouw een ander geloof kreeg als de man. Hoe kun je dan aan je heidense man laten zien dat je de Heere dient? Petrus geeft richtlijnen in vers 1. Een vrouw moet zich zó gedragen dat zelfs ongelovigen door het gedrag van die vrouwen worden gedrongen ook te geloven (vers 2). Er hangt dus nogal wat vanaf!
Je hoeft als vrouw niet op te vallen door kleding, sieraden en haardracht. Overigens is dat een advies dat je niet alleen in de Bijbel aantreft, maar ook bij niet-christelijke filosofen uit de eerste eeuwen. Het is dus helemaal niet zo dat christelijke vrouwen hier dus allerlei extra regels opgelegd krijgen. Het gaat om het innerlijk. In je harten mag rust en vriendelijkheid zijn. Dat zie je ook aan de buitenkant. Zijn er ooit zulke vrouwen geweest? Jazeker, denk maar aan Sara. Zij is een voorbeeld. Ze stelde zich nederig en volgzaam op richting Abraham. Niet als een soort slaaf, maar omdat ze God wilde dienen.
Ook de mannen krijgen een bijzondere opdracht. De onderdanigheid van de vrouw mag niet verkeerd gebruikt worden. De man moet er goed mee omgaan. Een man moet met verstand en begrip samenleven met een vrouw. Hij hoort zijn vrouw lief te hebben en haar op handen te dragen. De man mag zijn vrouw niet als slaaf behandelen, maar moet respectvol rekening houden met wat ze goed kan en wat ze niet goed kan. Zij deelt ook in de genade van God. En daarom mogen man en vrouw elkaar liefhebben. Zo zijn ze, als het goed is, beiden van Christus, opdat hun gebeden niet verhinderd worden.
Gespreksvragen
Verdeel de groep in tweeën: jongens bij elkaar en meiden bij elkaar (bij een grote groep: zorg ervoor dat elke groep maximaal vier personen telt, maak zo nodig meerder jongensgroepen en meerdere meidengroepen). Bespreek de vragen die horen bij jouw groep.
Meiden
- Wat zijn kenmerken van de christelijke vrouwen die Petrus beschrijft (vers 1-6)?
- Wat raakt of irriteert je in deze kenmerken? Hoe komt dat?
- In vers 6 wordt Sara genoemd. Waarin is Sara een voorbeeld voor christelijke vrouwen van nu?
- Waarin zou je meer op Sara willen lijken?
Jongens
- Wat zijn kenmerken van christelijke mannen in het huwelijk (vers 7)?
- Wat raakt of irriteert je in deze kenmerken? Hoe komt dat?
- Wat is de reden dat je je als christelijke man in een relatie op deze manier moet gedragen?
- Hoe belangrijk is het voor jou dat je gebeden niet verhinderd worden?
Door de vernedering en verhoging van Christus
Het leven zoals Petrus beschrijft in het gezin, maar ook in de christelijke gemeente en tegenover niet-christenen, heeft maar één duidelijke bron. Dat is het leven en sterven van Christus Zelf. Hij is gestorven voor zondaren, zodat Hij de weg tot God de Vader heeft gebaand. De Heere Jezus heeft Zelf immers geleden door Zijn komst en Zijn leven op aarde. Door die lijdensweg heen, waarin Hij Zijn kinderen heeft vrijgekocht van de zonde, is Hij uiteindelijk opgevaren. Het ging door lijden tot heerlijkheid.
Alleen door dát offer van de Heere Jezus is een leven zoals Petrus schrijft mogelijk, met vallen en opstaan. Dat kun je nooit zelf vanuit je eigen overtuiging. Dat werkt de Heilige Geest. Die Geest is het ook, Die ervoor gezorgd heeft dat het evangelie na de dood en opstanding van Christus over de hele wereld is gepreekt. God zorgt voor redding, net zoals Hij Noach met zijn gezin in de ark bracht. Het water van de zondvloed bracht mensen in doodsgevaar. Wat een verschil met het water van de doop dat in vers 21 wordt genoemd. Dat water is het zichtbare teken van Gods verlossing en genade! Wat een wonder!
Gespreksvragen
- Hoe kan het dat Christus het voorbeeld voor het christelijke leven is?
- Waarin zou je meer op Hem willen lijken?
- Hoe kunnen deze laatste verzen van 1 Petrus 3 voor jou tot troost zijn?
Stelling
Uit je daden moet blijken dat je christen bent, je hoeft dus niet met woorden te getuigen.
Bidden
Suggesties om voor te bidden vanuit het Bijbelgedeelte of thema:
- Bid voor christenen die nu te maken hebben met lijden en vervolging dat zij staande mogen blijven. Vraag of God hen de moed wil geven om Jezus te blijven volgen door lijden en pijn heen. Vraag of God hen ook vrijmoedigheid geeft om te getuigen en rekenschap te geven van hun geloof.
- Bid of je zelf ook deze vrijmoedigheid mag ontvangen.
- Bid voor christenen op publieke posten, bijvoorbeeld in de politiek, waar extra op hen gelet wordt. Bid dat juist ook deze christenen Gods licht in de wereld mogen verspreiden.
Slotopdracht
Neem een A3-vel. Teken hierop een cirkel. Teken daaromheen een grotere cirkel en daaromheen een nog grotere cirkel. Schrijf in de binnenste cirkel maximaal vijf kernwoorden op uit vers 1-7. In de middelste cirkel schrijf je maximaal vijf kernwoorden uit vers 8-16 en in de buitenste cirkel maximaal vijf kernwoorden uit vers 17-22.
Wat valt je op aan de buitenste cirkel? Welke conclusie kunnen jullie daaraan verbinden? Vergelijk jullie vel met die van andere groepen en praat door over de buitenste cirkel. Waar komt Petrus bij uit? Probeer de lijn van het hele hoofdstuk met elkaar helder te krijgen.
Uit de belijdenisgeschriften
Uit de Heidelbergse catechismus:
Zondag 12, vraag en antwoord 32
Uit de Dordtse Leerregels:
Begrippen
Apologetiek: de verdediging van de christelijke geloofsleer met argumenten.
Verdieping
Boekentip om verder over dit onderwerp te lezen:
- M.J. Kater, Geloof je dat nu echt?
- Andere boeken uit de serie Weerwoord