Ruth 4 | In Israël ingelijfd

Printvriendelijke versie

Ruth laat alles achter: haar familie, haar land, haar goden. Als een arme weduwe woont ze in het land Kanaän. God zegent echter haar keuze. Hij geeft haar een rijke man, een kind én Hij neemt haar op in het verbondsvolk Israël.

Bijbelgedeelte

Bijbelgedeelte

Lees met elkaar: Ruth 4:1-17.

Zingen

Zingen

Zing met elkaar enkele van deze psalmen of liederen:  

Psalm 22:14 en 16 en Psalm 87:3, 4 en 5.

Lied 157: 'k Stel mijn vertrouwen

Startopdracht

Startopdracht

Doel: kennis van de vorige Bijbelstudies naar boven halen.
Nodig: mand of emmer.
Instructie: Verdeel de jongeren in twee groepen. Zet de mand of emmer een aantal meter bij de jongeren vandaan. Zij moeten achter een (denkbeeldige) lijn blijven staan. Bij iedere groep trekt één van de jongeren zijn/haar schoen uit. Lees de quizvraag voor. De groep die het antwoord weet, gooit de schoen in de mand of emmer en roept vervolgens het antwoord. De groep die de meeste antwoorden weet, is de winnaar.

Vragen:

  1. Wat zijn de namen van de twee zonen van Elimélech?
  2. Waar woonde Elimélech met zijn gezin?
  3. Naar welk land ging Elimélech met zijn gezin?
  4. Wat zei Ruth tegen Naómi toen zij met haar meeging?
  5. Met welke naam wilde Naómi genoemd worden, toen zij terugkwam in Bethlehem?
  6. Wat betekent die naam?
  7. Wat ging Ruth doen op het land van Boaz?
  8. Welke vraag stelde Ruth aan Boaz?
  9. Wat is een losser?
  10. Welke reactie gaf Boaz toen hij gevraagd werd als losser op te treden?

Antwoorden:

  1. Machlon en Chiljon
  2. Bethlehem
  3. Moab
  4. Ruth 1:16, 17. Met als kern: uw volk is mijn volk, uw God is mijn God.
  5. Mara
  6. Bitterheid
  7. Aren rapen
  8. Ruth 3:9: ‘Breid dan uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.’
  9. Zie vorige Bijbelstudie: ‘Dat was iemand van de naaste familie die het recht had om het stuk land te kopen. Zo’n losser kon het dus kopen van het arme familielid, om zo het erfdeel binnen de familie te houden. Of de losser kon het kopen van de vreemde aan wie het land was verkocht. Dan (ver)loste hij het land, en bracht het erfdeel van de familie weer terug.’
  10. Boaz wil lossen, maar wijst erop dat er nog een andere losser is.
Na deze avond...

Na deze avond...

Weet je: hoe Ruth uiteindelijk wordt opgenomen bij het verbondsvolk Israël.
Besef je: hoe Boaz een voorafschaduwing is van de Heere Jezus.
Kun je: reflecteren op je eigen leven aan de hand van Ruth 4.

Kerntekst

Kerntekst

Ruth 4 vers 14: Ruth 4: 14 ‘Toen zeiden de vrouwen tot Naómi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israël.

Een andere losser?

Een andere losser?

Wie zal er lossen? Die vraag blijft over na hoofdstuk 3. Ruth heeft Boaz gevraagd haar losser te zijn. Boaz is daartoe bereid, maar hij weet ook dat er nog een ander familielid is, die dichter bij Naomi en Ruth staat.

In hoofdstuk 4 zien we Boaz in de poort van de stad zitten. Op deze belangrijke plaats waar vaak rechtszittingen en vergaderingen plaatsvonden, treft hij de andere losser aan. Deze andere losser wordt niet bij naam genoemd (‘Gij, zulk een’, vers 1), waarschijnlijk doelbewust, omdat deze man uiteindelijk niet bereid is om losser te zijn.

Mogelijk zijn Boaz en deze man neven van elkaar; Elimélech wordt namelijk als ‘broeder’ aangeduid (v.3). In aanwezigheid van tien getuigen (vers 2) doet Boaz zijn verhaal. Het land dat Elimélech en Naómi toebehoorde, is niet meer van Naómi. Boaz vraagt aan zijn familielid of hij als losser het land wil kopen, om Elimélechs familienaam voort te zetten. Dat wil de man. Waarom reageert hij positief? Zou hij gedacht hebben dat hij het land in het jubeljaar voor zichzelf zou mogen houden, omdat er geen andere rechthebbenden zijn? We weten het niet.

Dan komt Boaz echter met nog een vraag. Het losserschap betreft niet alleen het stuk land, maar ook Ruth. Door haar kan het erfdeel van Machlon in stand gehouden worden en de familienaam in leven blijven. Na deze mededeling trekt de man zich terug als losser. Wil hij niet met een Moabitische trouwen? Of is hij bang dat het land hem later niet meer zal toebehoren als Ruth een erfgenaam baart? Ziet hij in dat zijn investering dan een opoffering kan worden? ‘Los gij mijn lossing voor u’, zo geeft hij aan Boaz terug. En zoals het in die tijd gebruikelijk was bij het sluiten van een overeenkomst, trekt hij zijn sandaal uit en geeft die aan Boaz.

Gespreksvragen

Gespreksvragen

  1. Hoe gaat Boaz in dit gedeelte te werk? Wat voor houding heeft hij?
  2. Wat leer jij van Boaz?
  3. Het familielid reageert positief als hij gevraagd wordt losser te zijn, maar trekt zich terug als hij hoort dat hij dan ook met Ruth moet trouwen. Wat zouden redenen kunnen zijn dat hij zich terugtrok?
  4. Welke verschillen zie jij tussen Boaz en het andere familielid?
  5. In wie herken jij jezelf het meest?
Ruth, het verbondskind

Ruth, het verbondskind

De uitkomst is duidelijk: Boaz zal lossen. In vers 9 en 10 horen we Boaz spreken tot de oudsten en andere aanwezigen in de poort. Publiekelijk maakt hij bekend dat hij het bezit van Elimélech en de vrouw van Machlon tot zijn eigendom neemt. Ruths huwelijksaanzoek wordt hiermee positief beantwoord. In hoofdstuk 1 lazen we over Ruths keuze om bij het volk en bij de God van Naomi te horen. Door haar huwelijk met Boaz wordt ze werkelijk onderdeel van Israëls verbondsgemeenschap. Eens gaf ze al haar zekerheden op, maar nu wordt ze rijk gezegend.

In vers 11 bevestigen de getuigen de lossing. Ze spreken een zegenbede uit. ‘De HEERE make deze vrouw die in uw huis komt, als Rachel en als Lea, die beiden het huis Israëls gebouwd hebben’. Hieruit wordt duidelijk dat Ruth nu werkelijk gezien wordt als een volwaardig lid van het verbondsvolk. Ook wensen ze Boaz kracht en roem toe: ‘en handel kloekelijk in Efratha en maak uw naam vermaard in Bethlehem’. Deze bede wordt vervuld: niet alleen David, maar ook de Heere Jezus is uit het nageslacht van Boaz en Ruth geboren. In vers 12 wordt Perez genoemd. Deze voorvader van Boaz, die uit Juda en Thamar werd geboren, is tot zegen geweest voor de stam van Juda.

Vers 13 laat duidelijk zien dat het God is, Die de zegen van een zwangerschap geeft. Er wordt een kind geboren: Obed. Vrouwen prijzen God: ‘Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven (...)’ Obed betekent ‘dienaar’. Hij zal Naómi dienen als losser en het nageslacht van Elimélech in stand houden. Naómi was bitter toen zij terugkwam uit Moab, maar met Obed is haar een ‘verkwikker der ziel’ gegeven. Ze wordt getroost en vindt haar blijdschap terug.

Gespreksvragen

Gespreksvragen

  1. Ruth hoort niet bij het verbondsvolk Israël, maar wordt daar toch bij opgenomen door haar huwelijk met Boaz. Weet jij andere voorbeelden uit de Bijbel van vreemdelingen/buitenlanders die opgenomen werden bij het verbondsvolk Israël?
  2. Wat voor mensen zie jij nu als vreemdelingen of als mensen die niet bij de gemeente horen?
  3. Wat zegt het boek Ruth over Gods hart voor deze mensen?
  4. Vergelijk vers 11 met Micha 5 vers 1 en Mattheüs 2 vers 4-6. Wat valt jou op?
  5. In dit Bijbelgedeelte zie je dat God alles leidt. Hij zorgt dat Boaz trouwt met Ruth en dat Naómi toch een erfgenaam krijgt. Zijn er in jouw leven situaties geweest waarbij je (achteraf) zag dat God jouw leven leidde?
Stelling

Stelling

‘In het handelen van Boaz zie je iets van de Heere Jezus’

Bidden

Bidden

Suggesties om voor te bidden vanuit het Bijbelgedeelte of thema:  

  • Bidt dat God jouw leven leidt, zoals Hij dat van Ruth leidde. 
Slotopdracht

Slotopdracht

Als je het eerste hoofdstuk van Ruth 1 vergelijkt met het laatste twee hoofdstukken, zie je veel tegenstellingen. Om een voorbeeld te noemen: in hoofdstuk 1 is er honger in het land; in hoofdstuk 3 is er overvloed op Boaz’ akker. Verdeel de jongeren in groepjes en laat ze opschrijven welke tegenstellingen of veranderingen ze nog meer zien tussen het eerste hoofdstuk en de laatste hoofdstukken. Bespreek de uitkomsten plenair. Wat zegt dit over de God van Israël?

Begrippen

Begrippen

Verkwikker der ziel: vertrooster van het hart.
Vermaard: beroemd.